Het was maandag 26 mei 2026, en in De Bilt stond de thermometer op 30,4 graden. Mei. Niet juli, niet augustus, gewoon mei. Nederland registreerde zijn eerste officiële tropische dag van het jaar ruim vier weken eerder dan het gemiddelde, dat normaal op 29 juni valt. Dat is geen leuke weetje voor weerliefhebbers; het is een signaal dat meteorologen al maanden zien aankomen, en waarover zij nu, vroeger dan ooit tevoren, openlijk waarschuwen.
Samenvatting
- Eerste tropische dag viel vier weken eerder dan normaal – wat betekent dit voor de komende maanden?
- Een droge bodem en een zichzelf versterkend hitte-systeem: hoe ontstaat een perfecte storm voor extreme warmte?
- Alle meteorologische modellen tonen ongebruikelijk eensgezindheid – iets wat experts werkelijk zorgen baart
De cijfers die het verhaal vertellen
Slechts twaalf keer eerder werd er sinds 1901 een tropische dag in mei geregistreerd. Dat maakt wat er nu gebeurt uitzonderlijk, maar niet volledig onverwacht. Dat de zomer van 2026 waarschijnlijk warm verloopt, komt niet volledig als verrassing, want Nederlandse zomers zijn de afgelopen decennia flink veranderd. De gemiddelde zomertemperatuur in De Bilt steeg van 16,1 graden in de periode 1951-1980 naar 17,6 graden in het huidige klimaatgemiddelde van 1996-2025.
Nog markanter: sinds het begin van deze eeuw verliep ongeveer 85 procent van de zomers warmer dan normaal. Echt koele zomers zijn eerder uitzondering geworden dan regel. Wie nog terugdenkt aan de zomer van 2011 als een natte teleurstelling, moet weten dat de gemiddelde maximumtemperatuur dat jaar slechts 20,6 graden bedroeg, wat in de jaren vijftig nog een volkomen gewone zomer was.
De seizoensmodellen laten voor de komende zomer heel duidelijke signalen zien voor een warme en vrij droge zomer. Alle kaarten tonen in juni, juli en augustus warmer weer dan gebruikelijk. Dat de modellen zo eensgezind zijn, is wat meteorologen nu juist zorgen baart.
Een droge bodem als vliegwiel voor hitte
De werkelijke valkuil voor de komende maanden schuilt niet alleen in de warmte zelf, maar in wat eraan voorafging. Het huidige neerslagtekort bedraagt 79 mm en loopt de komende dagen verder op naar meer dan 100 mm. Dat klinkt technisch, maar het mechanisme is simpel: een droge bodem warmt sneller op dan een vochtige bodem, omdat minder energie nodig is voor verdamping. Daardoor ontstaan minder wolken en krijgt de zon meer ruimte. Meer zon zorgt vervolgens voor verdere uitdroging van de bodem en extra opwarming van de lucht. Vooral in juni en juli neemt hierdoor de kans op extreme hitte toe.
Het is een zichzelf versterkend systeem, vergelijkbaar met een vliegwiel dat eenmaal op gang gekomen nauwelijks meer te stoppen is. Het huidige neerslagtekort loopt richting de 100 millimeter, en als grote regenfronten uitblijven, kan die droogte zichzelf versterken: minder wolken betekent meer zon, en meer zon zorgt weer voor verdere uitdroging van de bodem. Precies die combinatie maakt de kans op langdurige hitteperiodes groter.
Franse media spreken inmiddels van een vroege hittegolf, veroorzaakt door een zogenoemde hittekoepel: warme lucht uit Marokko die blijft hangen onder een krachtig hogedrukgebied. In het Verenigd Koninkrijk werden hitterecords verbroken, waarbij het volgens Britse media de warmste meidag in tachtig jaar tijd was, met temperaturen in Londen die opliepen tot ruim 32 graden. De hitte trekt noordwaarts, en Nederland staat letterlijk in de route.
Wat er anders is aan deze waarschuwing
Meteorologische waarschuwingen over de zomer bestaan al zo lang als de meteorologie zelf. Wat dit jaar anders maakt, is het tijdstip én de eensgezindheid. Instellingen als Copernicus, het Europese klimaatobservatieprogramma, sturen voor de aanloop naar de zomer van 2026 hun modellen in één richting: hogere temperaturen dan het gemiddelde. Ook de Duitse weerdienst DWD ziet een duidelijke opwarmingstrend in de aanloop naar de zomer, waarbij voor Duitsland voor juni tot en met augustus zelfs een sterke tendens naar een warmere zomer wordt genoemd, met 81 procent kans binnen hun modeluitkomst.
Het KNMI speelt hierop in met een concreet nieuw instrument. Het KNMI ontwikkelt samen met TNO, RIVM en de VU een zogenoemde hittekracht-index om beter te kunnen inschatten hoe belastend hitte is voor de mens. In deze nieuwe index worden temperatuur, luchtvochtigheid, zonnestraling en wind gecombineerd. Vanaf de zomer van 2026 is de index naar verwachting beschikbaar via de KNMI-app, zodat iedereen kan zien hoe zwaar de hitte op dat moment aanvoelt. Dat dit gereedschap nu juist dit jaar voor het eerst beschikbaar komt, is veelzeggend.
Want de hitte raakt niet iedereen gelijk. Vooral ouderen en mensen met een kwetsbare gezondheid zijn gevoelig voor extreme warmte. Zogenoemde tropische nachten, waarop de buitentemperatuur niet onder de 20 graden Celsius zakt, klinken romantisch voor vakantiegangers, maar zijn fysiologisch een grote uitdaging: wanneer de omgevingstemperatuur ’s nachts hoog blijft, verliest het lichaam zijn vermogen om natuurlijk af te koelen. Wie niet goed slaapt, functioneert de volgende dag slechter. Maar voor kwetsbare mensen kan dat veel verdergaande gevolgen hebben.
Niet alleen warm, ook onrustig
De zomer lijkt niet volledig kurkdroog af te sluiten. In augustus neemt de kans op buien toe, maar dat betekent niet meteen een herfstachtige omslag, maar eerder typisch zomers weer met warmere, benauwde dagen en stevige onweersbuien aan het einde van de dag. Juist doordat warme lucht meer vocht kan vasthouden, kunnen buien later in de zomer lokaal stevig uitpakken.
Dat patroon, hitte die abrupt wordt doorbroken door geweld uit de lucht, is steeds vaker zomers normaal in Nederland. Windstoten, hagel, wateroverlast op locaties die enkele uren eerder nog versmachtten in de warmte. De huidige reeks records lijkt misschien “maar een paar graden” boven normaal, maar in klimaattermen maakt dat alles uit: het hele weerpatroon schuift op, waardoor extremen vaker voorkomen. Een dag die in het verleden ongebruikelijk warm was, wordt dan opeens “normaal warm”.
Wie naar de cijfers voor 2026 kijkt, ziet niet alleen een voorspelling voor één zomer, maar een voorproefje van een klimaat dat structureel verschoven is. De eerste tropische dag van het jaar viel op 26 mei. Misschien is de echte vraag niet meer óf Nederland een hete zomer krijgt, maar hoe goed we er klaar voor zijn als de thermometer in augustus opnieuw richting de 35 graden koerst.