Cashbetaling voor auto’s: vanaf 2027 nog strenger – dit moet je weten

Je staat bij de dealer, hebt net een mooie occasion uitgekozen voor €8.500, en haalt rustig een envelop met bankbiljetten tevoorschijn. Zoals altijd. Maar de medewerker schudt het hoofd: “Dat gaat helaas niet meer.” Wat er precies is veranderd, waarom, en wat je voortaan kunt verwachten, lees je hier.

Samenvatting

  • Contante betalingen boven €3.000 zijn al verboden sinds 1 januari 2026 – ook bij autoverkopers
  • Het opsplitsen van betalingen in kleinere bedragen werkt niet: de wet ziet door deze truc heen
  • In juli 2027 breidt het verbod uit naar diensten, en Nederland blijft streng met €3.000 terwijl Europa €10.000 hanteert

Wat er al geldt sinds 1 januari 2026

Sinds 1 januari 2026 geldt in Nederland een verbod op contante betalingen van €3.000 of meer bij de aan- en verkoop van goederen, zodra er een ondernemer of handelaar bij betrokken is. De maatregel is geen gril van een overdreven voorzichtige politiek, maar een bewuste keuze om witwassen structureel moeilijker te maken. Het verbod is opgenomen in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).

Voor de autobranche treft dit hard, en dat is geen toeval. Auto’s zijn aantrekkelijke objecten voor criminelen omdat ze waardevol en makkelijk verplaatsbaar zijn en relatief eenvoudig door te verkopen. De autobranche wordt direct geraakt: bij de aan- en verkoop van auto’s gaat het vrijwel altijd om bedragen boven de €3.000.

In de praktijk raakt deze regel vooral sectoren waar grote bedragen gebruikelijk zijn, zoals de autohandel. Dealers weigeren inmiddels standaard cash boven €3.000, wat leidt tot frustratie bij klanten die gewend waren anders te betalen. Herkenbaar. Maar de wet is helder, en de grens ook: transacties tot en met €2.999,99 in contanten mogen nog wel. Die tweedehands Citroën van €2.800 bij de garagist om de hoek? Gewoon contant afrekenen mag nog steeds.

De slimme truc die niet werkt: betalingen opsplitsen

Misschien denk je: ik betaal gewoon twee keer €2.500 en dan ben ik klaar. Vergeet het maar. Denk je de regels te omzeilen door een aankoop van €7.000 in meerdere delen te splitsen? Dat mag niet. De wet spreekt van een “samenstel van handelingen”. Drie keer €2.500 betalen voor dezelfde auto valt dus ook onder het verbod.

Voor contante aanbetalingen gelden dezelfde regels als voor de totale betaling. Een aanbetaling mag maximaal €3.000 contant zijn. Dit geldt ook als je de rest van het bedrag via de bank betaalt. De wet maakt geen onderscheid tussen aanbetalingen en eindbetalingen; elke contante betaling boven de €3.000 is verboden voor professionele handelaren.

Wie toch probeert te sjoemelen, riskeert meer dan een terechtwijzing. Overtreding van het verbod kan leiden tot hoge geldboetes en zelfs strafrechtelijke sancties. Bij een onderzoek door de autoriteiten bestaat bovendien een medewerkingsplicht. Bureau Toezicht Wwft, per 1 januari 2026 omgedoopt tot Dienst Financiële en Economische Integriteit, checkt of het verbod wordt nageleefd.

Wat verandert er in 2027 nog meer?

Tot nu toe gold de beperking alleen voor de aankoop van goederen. Wie een grote reparatie of een onderhoudsbeurt contant wilde afrekenen, kon dat nog gewoon doen. Maar dat venster sluit zich. Een reparatie laten uitvoeren, een schilder inhuren of een onderhoudsfactuur betalen mag voorlopig nog contant, ook boven de €3.000. Dat verandert in juli 2027, wanneer de Europese Anti-Money Laundering Regulation (AMLR) in werking treedt. Die stelt een Europees verbod in op contante betalingen boven €10.000 voor zowel goederen als diensten. Nederland houdt vast aan de eigen, strengere grens van €3.000, die geldt dus vanaf juli 2027 ook voor diensten.

Europa kiest zelf voor een limiet van €10.000, maar landen mogen strenger zijn. De grens van €3.000 is gekozen op basis van wat in de landen om ons heen vastgesteld is. Hiermee wil het kabinet voorkomen dat criminelen geld in omringende landen of juist in Nederland proberen wit te wassen. Voor verboden op contante betalingen behoren Frankrijk en Spanje tot de strengste partijen: daar geldt een limiet van €1.000 voor contante betalingen. Nederland houdt het vooralsnog bij €3.000, maar na evaluatie kan dat nog aangescherpt worden. Na drie jaar volgt een evaluatie, waarbij de overheid ook kijkt of het verbod naar beneden moet worden bijgesteld of dat aanvullende maatregelen nodig zijn.

Wat kun je dan nog wél, en hoe betaal je voortaan een auto?

Geen paniek: cash verdwijnt niet. Voor wie het legaal gebruikt, moet contant geld beschikbaar, bereikbaar en betaalbaar blijven. Daarom werkt het kabinet aan de Wet chartaal betalingsverkeer. De Eerste en Tweede Kamer hebben een voorstel aangenomen voor een acceptatieplicht van contante betalingen tot €3.000. Je kunt bij een dealer dus nog steeds met bankbiljetten betalen, zolang het bedrag beneden die grens blijft.

Een particulier die via een platform als Marktplaats een auto verkoopt aan een andere particulier mag nog steeds een groot bedrag in cash ontvangen. Ook bij meubels, sieraden of andere goederen geldt die vrijheid, zolang er geen ondernemer betrokken is. Zodra één van de partijen handelt als ondernemer, vervalt deze uitzondering volledig.

Voor de aankoop bij een professionele dealer heb je voortaan andere opties. Sommige banken hanteren daglimieten voor pinbetalingen, maar je kunt deze limiet vaak tijdelijk verhogen voor grote aankopen. Voor wie toch een vorm van directe betaling wil, is een bankcheque een optie: een gegarandeerde betaling die je vooraf bij je bank aanvraagt, waarvan het autobedrijf de echtheid kan verifiëren. En als je de auto liever niet ineens wil betalen: financiering, waarbij je de auto in termijnen betaalt via een lening of lease, is ook een optie waar veel autobedrijven aantrekkelijke regelingen voor bieden.

Of je het nu rechtvaardig vindt of niet, de richting is duidelijk. Grote cashstromen bij professionele handelaren worden steeds meer aan banden gelegd, en in 2027 breidt dat nog verder uit. De vraag is niet of dit beleid over Europa verder uitrolt, maar hoe snel het dat doet, en of de grens van €3.000 over een paar jaar nog steeds de standaard is, of slechts het beginpunt.