Vijf jaar wachten op één uur: waarom Europa de klok maar niet kan afschaffen

Elke laatste zondag van maart klinkt het bij miljoenen mensen hetzelfde: een kreunende wekker die een uur te vroeg afgaat, terwijl je lijf doodleuk doet alsof het nog nacht is. Je hebt het uur slaap dat je “kwijt” bent niet te pakken op een bankrekening, maar het kost je wel degelijk wat. En toch: dat ritueel twee keer per jaar, die kleine tijdmachinetruc die Europa al decennialang uitvoert, wordt maar niet afgeschaft. Terwijl dat allang de bedoeling was.

Samenvatting

  • Het Europees Parlement stemde al in 2019 voor afschaffing, maar de lidstaten zijn er nog steeds niet uit
  • Het echte probleem: niemand kan beslissen of we permanent zomertijd of wintertijd houden
  • Medisch onderzoek toont risico’s: hartaanvallen nemen toe na het verzetten van de klok

Een belofte die al vijf jaar wacht

In maart 2019 stemde het Europees Parlement om winter- en zomertijd tegen 2021 af te schaffen. Een heldere deadline, een duidelijke stemming. EP-leden reageerden op de resultaten van een openbare raadpleging van de Europese Commissie waaraan 4,6 miljoen mensen deelnamen, en 84% van de respondenten was voorstander van het beëindigen van het klok voor- en achteruitdraaien. Dat is zelden: zo’n massale, eenduidige respons van Europese burgers. Maar 2021 kwam en ging. De klokken bleven vrolijk tikken.

Een daaropvolgend wetgevingsvoorstel om er op gecoördineerde wijze een einde aan te maken, verstoringen van de interne markt te voorkomen en het welzijn van de burgers te bevorderen, werd echter niet gehaald door dezelfde ambitie in de Raad van de EU, die na zes jaar van beraadslaging niet heeft gereageerd met een eigen gemeenschappelijk standpunt. Zes jaar. Voor een beslissing over één uur tijdsverschil.

Het is een klassiek Europees institutioneel wachtkamerverhaal. Voordat een Europees wetsvoorstel van kracht wordt, moet het eerst worden goedgekeurd door het Europarlement en de EU-landen. In maart 2019 ging het Europarlement al akkoord. De lidstaten zijn er echter nog niet in geslaagd om overeenstemming te bereiken en laten het voorstel voorlopig op de plank liggen. De sleutel lag dus niet in Straatsburg, maar bij de nationale ministers, en precies daar stokte alles.

Waarom blokkeren de lidstaten?

Het kernprobleem is niet of we de klok willen afschaffen, dat wil bijna iedereen, maar welke tijd we dan permanent houden. De EU-landen mogen volgens het voorstel zelf bepalen of ze zomer- of wintertijd willen hanteren. Ze moeten dit alleen tijdig laten weten aan de Europese Commissie en de andere lidstaten, om bijvoorbeeld problemen in de transportsector te voorkomen. Klinkt eenvoudig. Is het niet.

De Europese landen raken het niet eens over de vraag of ze dan voor permanente winter- of zomertijd moeten gaan. Die afspraken zijn nodig om te voorkomen dat Europa verandert in een lappendeken van verschillende tijden. Stel je voor: Nederland kiest voor permanente zomertijd, maar Duitsland gaat voor wintertijd. Elk grensoverschrijdend treinticket, elke internationale videoconferentie, elk goederentransport wordt een rekensommetje. De interne markt draait nu net zo soepel mede dankzij gedeelde tijdsafspraken.

Het kabinet vindt dat de Europese Commissie nog niet duidelijk heeft gemaakt wat de voor- en nadelen van de afschaffing zijn. Daarvoor is een uitgebreide beoordeling van de effecten door de Europese Commissie nodig. Deze beoordeling volgt nog, en het kabinet ziet dit als een belangrijke volgende stap voor een definitief standpunt. Nederland wacht dus op meer onderzoek, terwijl andere landen andere belangen afwegen. Enkele landen hebben aangegeven dat er meer onderzoek nodig is voordat een besluit kan worden genomen. Ondertussen draait de klok gewoon door.

In werkelijkheid ligt de bal al jaren bij Nederland en de andere EU-landen om overeenstemming te bereiken over deze kwestie. De Commissie doet extra onderzoek om de nationale ministers te helpen een akkoord te bereiken. Dat onderzoek werd in het voorjaar van 2026 aangekondigd, wat de vraag oproept hoe lang “extra onderzoek” eigenlijk duurt als het dossier al sinds 2018 open ligt.

De echte kosten van dat ene uur

De medische argumenten voor afschaffing zijn niet gering. Experts van het Centrum voor Slaapgeneeskunde stellen dat het verzetten van de klok de interne biologische klok kan verstoren. Voor sommige mensen kan het verzetten van de klok zelfs leiden tot tijdelijke fysieke klachten, zoals vermoeidheid, hoofdpijn en een algemeen gevoel van lusteloosheid. “Deze klachten ontstaan vaak doordat het lichaam plotseling wordt gedwongen om eerder op te staan of later naar bed te gaan, terwijl het interne ritme nog niet is aangepast.”

Onderzoeken gaan verder dan alleen een slechte maandag. Een studie in Zweden toonde aan dat het risico op een hartaanval aanzienlijk groter is in de eerste drie werkdagen na het klok verzetten, iets wat samenhangt met het feit dat je in die dagen blijkbaar 5% meer stresshormonen aanmaakt. Toch is ook hier nuance op zijn plaats: het verzetten van de klok heeft een effect, maar het is erg klein vergeleken met de andere factoren die een rol spelen, aldus Spaanse onderzoekers die de bestaande studies kritisch doorlichtten. De wetenschap spreekt dus niet met één stem.

Wat wel vaststaat: volgens het RIVM is permanente standaardtijd, de wintertijd, het beste voor onze gezondheid. Toch is dat niet de meest populaire optie bij het grote publiek. De meeste mensen willen juist de langere, lichte avonden van de zomertijd houden. Dat spanningsveld, gezondheid versus beleving, maakt de politieke keuze extra lastig.

Wachten op de volgende stap

Tijdens een plenair debat in oktober 2025 vroegen leden van het Europees Parlement de Commissie en het Deense voorzitterschap waarom er geen vooruitgang in dit dossier zit en welke maatregelen ze voorzien om de impasse op te lossen. De frustratie is voelbaar. Het Parlement heeft zijn kant al gedaan. De Commissie heeft onderzoeken beloofd. En de Raad? Die zwijgt.

Het is aan de nationale ministers om de discussie weer te hervatten. Dat kan bijvoorbeeld doordat het land dat het voorzitterschap van de Raad van Ministers in handen heeft de kwestie opnieuw agendeert. : het hangt af van politieke wil, en die is er kennelijk niet genoeg. Zeker niet in een periode waarin de EU met oorlog in Oekraïne, handelsspanningen met de VS en economische turbulentie andere prioriteiten op tafel heeft.

Zo verzetten we in 2026 opnieuw braaf de klok, op zondag 25 oktober gaat de klok ’s nachts om 03.00 uur één uur terug naar wintertijd, net als elk jaar. De ironie is bijna amusant: een maatregel die in de Eerste Wereldoorlog werd ingevoerd om kolen te besparen, en in de jaren zeventig opnieuw werd ingevoerd na de oliecrisis, overleeft nu gewoon omdat 27 landen het niet eens kunnen worden over één uur. De vraag is niet óf de klok ooit stopt met verzetten. De vraag is alleen of dat nog deze generatie politici gaat lukken.