Je wasmachine valt stil na drie jaar. De garantie is verlopen, de verkoper haalt zijn schouders op, en een nieuwe machine kost al gauw een paar honderd euro. Wat nu? Tot voor kort zat je vast. Maar dat verandert in 2026 door een wet die de meeste Nederlanders nog niet kennen.
Samenvatting
- Fabrikanten kunnen straks niet langer weigeren een apparaat te repareren zodra de garantie verstreken is
- Je mag zelf je apparaat laten repareren door iemand anders zonder dat fabrikanten dit als excuus gebruiken
- Voor smartphones geldt zeven jaar reparatieplicht, voor wasmachines zelfs tien jaar
Het recht op reparatie: wat is er veranderd?
De Europese richtlijn voor het recht op reparatie werd aangenomen op 13 juni 2024 en trad in werking op 30 juli 2024. Alle EU-lidstaten moeten de wet uiterlijk op 31 juli 2026 omgezet hebben in nationale wetgeving. Nederland loopt daarin niet achter: consumenten kunnen vanaf de loop van 2026 hun kapotte elektrische apparaten makkelijker laten repareren, nu de ministerraad heeft ingestemd met een wetsvoorstel dat de levensduur van producten moet verlengen. De zogeheten reparatieverplichting elektronica verplicht fabrikanten om apparaten ook buiten de garantieperiode te herstellen.
Het kernpunt is simpel maar verstrekkend: als de wettelijke garantie van een alledaags huishoudelijk product verstreken is, is de fabrikant nog steeds verplicht om het te repareren. Dit geldt voor huishoudelijke producten die volgens de EU-wetgeving technisch te repareren zijn, zoals wasmachines, stofzuigers en smartphones. Tot nu toe eindigde de verantwoordelijkheid van de fabrikant zodra de garantie afliep. Dat principe verdwijnt.
In de EU wordt per jaar 35 miljoen ton aan repareerbare producten weggegooid. En dat terwijl 77% van de EU-burgers liever hun elektrische apparaten laat repareren dan weggooien, volgens een Eurobarometer-onderzoek. De kloof tussen wat mensen willen en wat fabrikanten aanbieden, was jarenlang enorm. Die kloof wordt nu via de wet gedicht.
Wat kun jij nu concreet eisen?
Producenten zijn vanaf 21 juli 2026 verplicht producten buiten de garantieperiode voor zover mogelijk te repareren tegen een redelijke prijs. Fabrikanten mogen niet weigeren om een reparatie uit te voeren om puur economische redenen, of omdat eerder een reparatie door iemand anders is uitgevoerd. Alleen als reparatie feitelijk of juridisch onmogelijk is, wordt een fabrikant vrijgesteld van zijn verplichting.
Dat laatste detail is belangrijk. Heeft iemand anders jouw telefoon al eens gerepareerd, al dan niet officieel? Geen probleem meer. De fabrikant mag dat niet als excuus gebruiken om verdere service te weigeren. Fabrikanten worden verplicht om essentiële reserveonderdelen beschikbaar te stellen aan consumenten en externe reparateurs. Het is hen bovendien verboden om reparaties te frustreren, bijvoorbeeld door belemmerende voorwaarden op te leggen of door hard- en softwaretechnieken in te bouwen die reparatie door derden blokkeren.
Wat als je apparaat tijdens de garantieperiode kapotgaat en je kiest voor reparatie? Dan geldt een extra voordeel: als goederen tijdens de wettelijke garantieperiode moeten worden gerepareerd, wordt de garantie met één jaar verlengd. Kies je dus voor reparatie in plaats van vervanging, dan loopt je garantiebescherming gewoon door.
En als je apparaat onherstelbaar blijkt? Als blijkt dat het apparaat niet meer kan worden gerepareerd, kan de consument kiezen voor een opgeknapt exemplaar. Terugvallen op een refurbished toestel wordt zo een volwaardig alternatief, geen tweedekeuze.
Voor welke apparaten geldt dit?
Het besluit geldt voor veel voorkomende huishoudelijke artikelen zoals wasmachines, smartphones, televisies, stofzuigers en specifieke elektrische fietsen en steps. De duur van de verplichting verschilt per productcategorie: onderdelen en reparatie vanuit de fabrikant van een smartphone moeten zeven jaar beschikbaar zijn, terwijl voor wasmachines een termijn van tien jaar geldt.
De lijst met productcategorieën zal in de loop van de tijd worden uitgebreid. Voorlopig vallen koffiezetapparaten, broodroosters en koptelefoons er nog niet onder, maar de richting is duidelijk: steeds meer producten zullen de komende jaren onder de reparatieplicht vallen.
Transparantie is een ander nieuw element. Fabrikanten worden verplicht om via een gestandaardiseerd ‘Europees informatieformulier voor reparatie’ vooraf duidelijkheid te geven over de voorwaarden en de kosten. Het formulier moet kosteloos worden verstrekt en de informatie blijft in beginsel 30 kalenderdagen geldig. Geen verrassingen achteraf meer over een factuur die hoger uitvalt dan verwacht.
Hoe vind je een goede reparateur?
Nederland liep al vooruit op de Europese verplichtingen. In de aanloop naar de nieuwe wetgeving is er in Nederland al een online platform gelanceerd om vraag en aanbod bij elkaar te brengen. Via nationaalreparateursregister.nl kunnen consumenten gekwalificeerde reparateurs in hun omgeving vinden. Een pan-Europees online platform volgt in 2027, te vinden via het “Your Europe”-portaal, en is bedoeld om reparatiediensten makkelijker vindbaar te maken voor consumenten.
Consumenten die een apparaat laten repareren, kunnen zolang ook een ander apparaat lenen. Dat leengoed-principe is nieuw voor veel mensen: je zit tijdens de reparatieperiode niet zonder.
De wet verandert ook de positie van onafhankelijke reparateurs. Fabrikanten zullen reserveonderdelen en gereedschap tegen een redelijke prijs moeten aanbieden en mogen geen contractuele clausules, hardware of software gebruiken die reparaties moeilijk maken. Ze mogen ook niet verhinderen dat onafhankelijke reparateurs tweedehandse of 3D-geprinte reserveonderdelen gebruiken. De buurtrepairshop staat daarmee sterker dan ooit tegenover grote merken.
Wat dit alles betekent voor de wegwerpeconomie, valt nog te bezien. Volgens de Europese Commissie leidt het vroegtijdig weggooien van consumentengoederen tot 261 miljoen ton CO2-equivalente uitstoot, en verliezen consumenten jaarlijks ongeveer 12 miljard euro door producten te vervangen in plaats van te repareren. Of fabrikanten deze omslag ook echt omarmen, of zich er zo min mogelijk aan houden, wordt de komende jaren de echte toetssteen van deze wet.