De kop klopt niet met de feiten. Wie de cijfers van 2026 bekijkt, ziet geen golf van Europeanen die hun elektrische auto inruilen voor een benzinebak. Het tegendeel is waar, en dat maakt dit verhaal juist interessanter.
Samenvatting
- Waarom de koppelingen over terugkeer naar benzine volledig fout zijn
- Wat er werkelijk gebeurt op de Nederlandse tweedehandsmarkt
- Hoe brandstofprijzen en EV-prijzen een onverwachte rekensom creëren
Wat de cijfers écht zeggen
In de periode januari tot en met april 2026 behaalde de volledig elektrische auto in Europa een marktaandeel van 20 procent, een stijging van 4 procentpunten ten opzichte van dezelfde periode in 2025. Tegelijkertijd vertellen de verkopen van benzine- en dieselauto’s een heel ander verhaal. Samen vertegenwoordigen benzine en diesel nog slechts 30,2 procent van alle nieuwe EU-registraties begin 2026, een forse daling ten opzichte van 38,1 procent in dezelfde periode vorig jaar.
Benzine- en dieselauto’s zetten hun daling voort: het aantal benzineauto’s daalde met 18,2 procent, met een forse terugval in onder meer Frankrijk van maar liefst 40,3 procent. Van een “terugkeer naar de benzinepomp” is in de nieuwverkoop dus geen sprake. Het narratief dat Europeanen massaal de stekker er weer uittrekken, klopt aantoonbaar niet.
Maar er is een nuance, en die zit in Nederland. In Nederland daalde het aantal registraties van elektrische auto’s met 35,4 procent in januari 2026. Alarmerend? Niet echt. De terugval volgt op een uitzonderlijk sterk einde van 2025. In het vierde kwartaal werden 117.712 nieuwe auto’s geregistreerd, met december als uitschieter van 48.212 registraties, een stijging van 30,9 procent. Deze piek werd grotendeels veroorzaakt door voorgenomen fiscale wijzigingen rondom de bijtelling van elektrische auto’s. De kater van januari was dus gewoon de onvermijdelijke correctie na een fiscale eindsprint.
De occasionmarkt: wél een omslag
Wie de werkelijke beweging wil begrijpen, moet niet naar de showroom kijken, maar naar de tweedehandsmarkt. Dáár speelt zich iets structureels af. In het eerste kwartaal van 2026 wisselden 34.862 gebruikte elektrische auto’s van eigenaar in Nederland, een stijging van 59,8 procent vergeleken met een jaar eerder. Alleen al in maart werden er bijna 14.000 stuks verkocht.
Die vraag is geen toeval. BOVAG koppelt de aantrekkende vraag in maart onder meer aan de oorlog in Iran, de daaropvolgende stijging van brandstofprijzen en het groeiende aanbod van ex-lease-EV’s. In Nederland kost een gebruikte EV gemiddeld ruim 34.000 euro, bijna 30 procent minder dan in 2022. Een occasion die steeds betaalbaarder wordt op het moment dat benzine recordprijzen bereikt: de rekensom maakt zichzelf.
Euro95 steeg in de loop van maart van 2,212 euro per liter naar 2,353 euro op 31 maart. Diesel liep in diezelfde periode op van 2,244 euro naar 2,494 euro per liter en piekte op 8 april zelfs op 2,599 euro. Wie thuis zijn maandelijkse brandstofrekening optelt en vergelijkt met de lage dynamische stroomtarieven, begrijpt waarom de tweedehands EV plotseling zo aantrekkelijk oogt.
Toch zit er een haak aan. Waar de algemene occasionverkoop terugliep, groeide het aantal verkochte elektrische occasions in april door naar 13.791 stuks, bijna een verdubbeling ten opzichte van een jaar eerder. Maar in februari 2026 werden er 117.859 benzine-occasions verkocht, goed voor 70,3 procent marktaandeel. De benzineauto domineert de tweedehandsmarkt dus nog met gemak. Wie naar de Nederlandse occasionmarkt kijkt, ziet geen brede opleving, maar wel een duidelijke verschuiving.
Een kantelpunt dat zichzelf versterkt
Op Europees niveau speelt er iets groters. Onderzoekers van de Universiteit van Exeter publiceerden eerder dit jaar een studie in Nature Communications. Elektrische auto’s in China en Europa hebben een drempel bereikt, een “tipping point”, dat een onomkeerbare verschuiving weg van benzine- en dieselauto’s heeft geactiveerd. De snelle groei van het EV-marktaandeel en de scherpe daling van verbrandingsmotorenverkopen zijn de voornaamste signalen van dit kantelpunt. Een bijkomend teken is de groeiende variëteit aan elektrische voertuigen op de markt, gecombineerd met een daling van het aanbod traditionele modellen.
Europa zag in 2025 de sterkste groei van alle grote EV-markten, met een stijging van meer dan 30 procent en een aandeel van 28 procent van de totale autoverkopen, na een aanscherping van de EU-CO2-normen voor auto’s. De regelgeving speelt een rol die niet te onderschatten is. In de EU zijn fabrikanten wettelijk verplicht om elk jaar een groeiend aandeel emissievrije voertuigen te verkopen tot in de vroege jaren 2030, met een volledige omschakeling voor nieuwe auto’s en busjes in 2035. Die regulatoire zekerheid betekent dat verbrandingsmodellen minder investeringen zullen krijgen, minder nieuwe lanceringen kennen en uiteindelijk verminderde dealerondersteuning.
Voor de consument vertaalt zich dit in een subtiele maar reële druk: de weg vooruit is geplaveid met industriële uitdagingen, maar de verbrandingsmotor, al meer dan een eeuw de standaard, begint zijn grip op de verkoopstatistieken te verliezen. Zijn “geest” zal nog decennialang doorleven in de tweedehandsmarkt en in de vorm van hybrides.
Nederland: de overheid probeert bij te sturen
Het Nederlandse kabinet kijkt toe en grijpt ook in. Het kabinet haalt de inruilregeling voor fossiele auto’s naar voren van 2027 naar het vierde kwartaal van 2026. Huishoudens met lagere en middeninkomens kunnen straks hun oude benzine- of dieselauto laten slopen en overstappen op een gesubsidieerde tweedehands elektrische auto. Het gaat om auto’s in de emissieklasse 1 tot en met 4, concreet: benzineauto’s van vóór circa 2009 en dieselauto’s van vóór circa 2010.
Om die versnelling mogelijk te maken hanteert het kabinet een zogenoemde kasschuif. In 2026 is 2 miljoen euro beschikbaar, gevolgd door 30 miljoen euro in 2027 en 20 miljoen euro in 2028. Dat is bescheiden vergeleken met de vroegere SEPP-subsidie, maar het signaal is helder: de overheid wil oudere vervuilende auto’s actief van de weg halen.
De vraag die overblijft is niet óf Europa de overstap maakt, maar hoe snel en voor wie. De cijfers zijn duidelijk: de verbrandingsmotor verliest terrein in de showroom, de tweedehands EV wint terrein op straat, en de consument begint de rekensom zelf te maken. Wie nu nog twijfelt of de elektrische auto een niche blijft, kijkt tegen de verkeerde kant van de statistieken aan.
Sources : autobahn.eu | nederlandelektrisch.nl