De garantieval: Waarom je jarenlang voor iets betaalde dat je al gratis had

Je staat bij de kassa. De wasmachine is gekozen, de prijs valt mee, en dan stelt de medewerker de vraag die je al jaren kent: “Wilt u er ook een verlengde garantie bij?” Je klikt op ‘ja’, zoals je altijd deed. Vijf jaar zekerheid, kosteloze reparaties, geen gedoe. Totdat één verkoper je iets liet zien wat de meeste consumenten nooit te horen krijgen.

Samenvatting

  • Een zin in de Nederlandse wet maakt veel verlengde garanties overbodig
  • De ACM zag klachten over garantiemisinformatie in 2025 explosief stijgen
  • Er zijn wel twee situaties waarin extra garantie echt iets toevoegt

De zin die alles veranderde

Die zin staat gewoon in de wet. De wettelijke garantie betekent dat je altijd recht hebt op een goed product. Als een product niet deugt, heb je recht op gratis reparatie, een nieuw product of teruggave van je geld. Klinkt simpel. Maar het interessante zit in het vervolg: er is geen vaste wettelijke garantietermijn in Nederland, omdat het ene product nu eenmaal langer meegaat dan het andere. Dat lijkt op het eerste gezicht nadelig, maar is juist het tegenovergestelde.

In Nederland kennen we geen vaste wettelijke garantietermijn. De wettelijke garantie geldt hier tijdens de levensduur van het product, en die levensduur verschilt per product en is afhankelijk van onder meer het merk en de prijs. : bij veel producten, zoals een wasmachine, is die levensduur minstens net zo lang als de extra garantietermijn, die is vaak 3 of 5 jaar. Je betaalt dus vaak voor iets wat je al gratis had.

Concreet betekent dit dat de wettelijke garantie, zeker bij duurdere apparaten zoals televisies, koelkasten en wasmachines, veel langer kan zijn dan twee jaar, soms wel zes, zeven of zelfs acht jaar. En niet alleen bij grote apparaten: volgens recente richtlijnen van de ACM moet een koelkast of wasmachine van €500 minimaal acht jaar meegaan, een laptop van €750 minimaal vijf jaar.

Twee derde van de Nederlanders weet dit niet

Verrast? Je bent niet de enige. Uit consumentenonderzoek van de ACM blijkt dat twee derde van de respondenten niet weet dat je na 2 jaar nog recht op garantie kunt hebben. En de winkels maken dat misverstand zelden kleiner. Webwinkels bieden vaak extra garantie aan tijdens het koopproces, maar geven daarbij geen uitleg over de bestaande wettelijke garantie. Hierdoor is voor consumenten niet duidelijk dat extra garantie vaak helemaal niet nodig is.

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) zag de klachten over dit onderwerp in 2025 zo snel oplopen dat ze actie moest ondernemen. In de eerste helft van 2025 werd er al bijna net zoveel gemeld (3.500 meldingen) als in heel 2024 (3.900 meldingen). Consumenten klagen vooral dat hen wordt verteld dat ze na 2 jaar nergens meer recht op hebben. De ACM lanceerde daarom een publiekscampagne en opende zelfs een pop-up garantiewinkel op Utrecht Centraal Station om consumenten voor te lichten.

‘Na 2 jaar heb je geen garantie meer.’ Mysteryshoppers van de Consumentenbond horen deze reactie vaak als ze een winkel bellen over een kapot product, en ook dit jaar blijkt: veel verkopers informeren nog steeds niet juist over de wettelijke garantie. In gesprekken met winkeliers noemden ze de ‘open garantienorm’, het ontbreken van een vaste termijn, de grootste uitdaging. Begrijpelijk, misschien. Maar ook toevallig commercieel voordelig.

Waarvoor betaal je dan eigenlijk?

Webwinkels verdienen aan de verkoop van extra garantie en verzekeringen. Als ze de wettelijke garantie beter uitvoeren, lopen ze dus mogelijk inkomsten mis. Dat is de ongemakkelijke kern van het verhaal. Voor een basisdekking betaal je bij onderzochte winkels ongeveer €60 tot €162. Voor een premiumdekking betaal je €270 tot €360 bij een apparaat van €600. Dat is een flink bedrag voor bescherming die je voor een groot deel al bezit.

Toch zijn verlengde garanties niet altijd zinloos. Er zijn twee situaties waar ze echt iets toevoegen. Extra garantie biedt vaak ook dekking voor schade die je zelf veroorzaakt, bijvoorbeeld een beugel uit een bh die je wasmachine kapotmaakt, of koffie die over je laptop gaat. Dit soort schade valt vaak niet onder de wettelijke garantie. Dat is iets anders dan fabrieksfouten, en dat is precies waar de wet niet voor beschermt.

Er is nog een tweede, minder bekende reden om extra garantie te overwegen: de bewijslast. Garantie heeft het voordeel dat als een product binnen de garantieperiode kapotgaat, de verkoper moet bewijzen dat dit de verantwoordelijkheid van de koper is. Bij de wettelijke garantie geldt dit alleen voor de eerste zes maanden, daarna verschuift de bewijslast naar de koper. In de meeste gevallen betekent het bijkopen van extra garantie dat de consument de bewijslast afkoopt. Je hoeft dan niet zelf aan te tonen dat het product een fabrieksgebrek heeft, dat doet de verkoper.

Daarnaast hebben veel huishoudens een inboedelverzekering. Met een allriskdekking ben je ook verzekerd voor huisongelukjes, zoals een omgevallen televisie of een wasmachine die stukgaat doordat er iets in een broekzak is achtergebleven. Controleer dus altijd eerst je eigen polis voordat je bijbetaalt.

Hoe sta je sterker bij de verkoper?

Kennis is hier het sterkste wapen. Bij problemen met een product moet de verkoper voor een oplossing zorgen en niet de fabrikant. Die nuance is groter dan ze lijkt: veel mensen sturen hun kapotte apparaat rechtstreeks naar de fabrikant en missen zo hun sterkste rechtspositie. Je hebt recht op gratis reparatie of een vervangend product. Dit is je wettelijke garantie. En dan mag de verkoper ook geen kosten rekenen, zoals onderzoekskosten, reparatiekosten, voorrijkosten of verzendkosten.

Wie na meer dan een jaar terugkomt met een defect, moet zelf aantonen dat het aan het product ligt en niet aan eigen gebruik. Dat klinkt lastig, maar is het niet altijd. Zoek bewijs dat het probleem bij het product zelf ligt door op internet te kijken of er meer klachten zijn over hetzelfde product. Een patroon van dezelfde klachten bij andere gebruikers is een sterk argument.

Je wettelijke recht op een goed product geldt ook na de garantieperiode. Dat klinkt als een voetnoot, maar is eigenlijk het hele verhaal. Je wettelijke recht op een goed product geldt ook na de garantieperiode. Gaat een product kapot en is de fabrieksgarantie, verkopersgarantie of bijgekochte garantie verlopen? Dan kun je nog steeds gebruik maken van je wettelijke garantie.

De vraag die dan overblijft is niet óf je een verlengde garantie nodig hebt, maar voor welk risico je eigenlijk wilt betalen: voor fabrieksfouten die de wet al dekt, of voor eigen ongelukjes die de wet buiten beschouwing laat. Dat onderscheid, in één zin, had me jaren geleden al een hoop euro’s kunnen schelen.