Wolven onder vuur: Zwitserland schiet af terwijl Duitsland gevangenisstraf dreigt

Aan de ene kant van de grens schiet men wolven af. Aan de andere kant riskeer je er gevangenisstraf voor. Dat is geen hypothetisch scenario, maar de realiteit van het huidige Europese wolvenbeleid, en precies die paradox maakt de discussie zo explosief.

Samenvatting

  • Zwitserland schiet roedels wolven af terwijl buurland Duitsland dit met vijf jaar cel straft
  • Een Europese herclassificatie in 2025 opende de deur voor wolf-jacht, maar veroorzaakte juridische gevolgen
  • Nederland zit vast in wettelijke tegenstellingen en kan afschotvergunningen niet uitvoeren

Zwitserland schiet roedels af, Duitsland zet op gevangenisstraf

Het scherpste contrast op het continent speelt zich af in de Alpenregio. De Zwitserse wolfspopulatie groeide in enkele jaren van minder dan honderd dieren tot 320 individuen in 39 roedels. Die toename leidde tot spanningen tussen jagers, herders en boeren, waarna de overheid in december 2023 de jachtverordening versoepelde. Het resultaat: de Zwitserse kantons mogen in coördinatie met het Federaal Bureau voor Milieu een afschotplan (quota) vastleggen. Als dat plan moeilijk uitvoerbaar is, hebben de kantons de mogelijkheid tot bejaging tussen 1 september en 31 december. Indien nodig mogen dan ook hele roedels worden gedood.

Nog concreter: in 2025 autoriseerde de kanton Graubünden het afschieten van 35 wolven. Natuurbeschermingsorganisaties als het WWF en Pro Natura dienden bezwaren in tegen deze beslissingen. De kosten zijn overigens aanzienlijk: een enkele wolfsjacht kost Zwitserse belastingbetalers zo’n 35.000 frank, en in Valais alleen al vergde het wolvenbeheer meer dan 13.000 werkuren in 2025.

Net over de grens geldt een heel ander regime. In Duitsland is het bewust neerschieten van een wolf een strafbaar feit en wordt bestraft met geldboetes of gevangenisstraf van maximaal vijf jaar. Zelfs het per ongeluk neerschieten van een wolf wordt bestraft met geldboetes en tot zes maanden gevangenisstraf. Tegelijk werkt Berlijn aan een omslag: op 17 december 2025 keurde het Duitse federale kabinet een wetsvoorstel goed om de wolf op te nemen in de federale jachtwet. De eerste lezing in de Bondsdag vond plaats op 14 januari 2026. Het voorstel voorziet in regionaal populatiebeheer: in regio’s met een gunstige staat van instandhouding zou een jachtseizoen van 1 juli tot 31 oktober gelden.

Het Europese kantelpunt van 2025

Wat dit alles in beweging heeft gezet, is één beslissing van de Conventie van Bern. Op 14 juli 2025 is de beschermingsstatus van wolven in de Habitatrichtlijn aangepast van ‘strikt beschermd’ naar ‘beschermd’. Dat klinkt als een bureaucratische nuance, maar de vorige status betekende dat een wolf niet opzettelijk gedood, gevangengehouden of verstoord mocht worden en dat voortplantingsgebieden met rust gelaten moesten worden. Met het nieuwe besluit mag de wolf ‘gereguleerd’ worden, wat neerkomt op ruimere regels voor het afschieten van wolven, zolang de soort niet volledig verdwijnt.

Dankzij de Europese bescherming nam het aantal wolven aanzienlijk toe en keerde het dier terug in vrijwel alle Europese landen. Grote landen tellen inmiddels meer dan duizend individuele wolven en het leefgebied groeit. Volgens de Europese Commissie leidt die groei echter tot toenemende conflicten met de mens, vooral doordat de wolf ook vee aanvalt. Een aanvechtbaar argument overigens: aanvallen op vee blijven vrij beperkt, met minder dan 1% van de incidenten in Europa, volgens cijfers van het WWF.

Dat het besluit niet zonder strijd tot stand kwam, blijkt uit de stemming. Slechts vijf landen stemden tegen: Albanië, Bosnië-Herzegovina, Monaco, Montenegro en het Verenigd Koninkrijk. Tunesië en Turkije onthielden zich. Een groep ngo’s stapte vervolgens naar de hoogste Europese rechter in Luxemburg, met het argument dat het besluit van de Raad van de EU niet in lijn is met bestaande EU-milieuwetgeving en daarmee een schending vormt van de Europese verdragen.

Nederland: afschotvergunningen te midden van juridische chaos

In eigen land leeft het debat volop. In de eerste negen maanden van 2025 werden er 741 aanvallen op dieren geregistreerd, tegenover 770 in heel 2024. Veruit de meeste wolvenaanvallen vonden plaats in de provincie Gelderland, dat dier sloeg er 346 keer toe, waarvan 103 keer in de gemeente Barneveld.

Gelderland reageerde daadkrachtig, maar liep telkens op tegen juridische muren. De provincie besloot een vergunning af te geven voor het afschieten van een ‘probleemwolf’, nadat dit dier op 13 april 2025 een hardloopster beet op de Veluwe. Het was voor het eerst dat een vergunning werd verleend voor het afschieten van een wolf die vee aanviel. Eerder waren al twee afschotvergunningen verleend voor wolven die bij bijtincidenten met mensen betrokken waren. De uitvoering bleek een stuk lastiger dan de papierwerkelijkheid: de rechtbank gaf Gelderland eind december 2025 geen toestemming meer om de betreffende wolf af te schieten, omdat de provincie onvoldoende had onderbouwd waarom het nog steeds noodzakelijk was het dier te doden.

Intussen werkt Den Haag aan de vertaling van de Europese koerswijziging naar nationaal recht. De rijksoverheid werkt aan de doorvertaling van de aangepaste Habitatrichtlijn naar de Nederlandse wetgeving, en het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur verwerkt de wijziging in een Algemene Maatregel van Bestuur. Tot die tijd blijft het doden of verstoren van wolven en hun leefgebieden strafbaar.

Een lappendeken van regels, één grensloze wolf

Het fundamentele probleem is dat de wolf geen paspoort heeft. Populaties zijn kwetsbaar wanneer ze beschermd zijn in één land maar bejaagd worden in een ander. Een wolf die in de Gelderse bossen opgroeit, kan via Duitsland naar Zwitserland trekken en vice versa, zonder ooit van de Europese jurisprudentie te hebben gehoord. Wolfspopulaties in Europa mengen zich op een manier die al eeuwen niet meer voorkwam. Wolven uit de Baltische staten mengen zich bijvoorbeeld met wolven afkomstig uit Italië.

De wetenschap kijkt met zorg naar de nieuwe situatie. Onderzoek toont aan dat het doden van welpen de populatie sterk onder druk zet. Een toename van de welpensterfte van vijftig naar 76 procent is al genoeg om de groei te doen kantelen. Bij veertig procent sterfte onder jonge dieren en dertig procent bij volwassen dieren raakt de populatie zelfs structureel uit balans. Ondertussen laat Zwitserland weten dat de compensatie voor veeverliezen door wolven in Valais in 2025 uitkwam op zo’n 170.000 frank, een fractie van de kosten voor het jachtprogramma zelf.

Wat blijft, is een continent dat het fundamenteel oneens is over één dier. Is de wolf een succesverhaal van natuurherstel of een onbeheersbaar gevaar voor boeren en plattelandsgemeenschappen? Critici stellen dat de wolf een “politiek speelbal” is geworden in Brussel, waar het politieke machtsevenwicht naar rechts is verschoven. Maar voor de schapenboer in Barneveld die ’s ochtends zijn raster ingaat en zestig dode schapen aantreft, voelen dat soort analysen ver weg. De vraag is of Europa een antwoord weet te formuleren dat beide werelden serieus neemt, voor het continent zichzelf overtreft in juridische tegenstrijdigheden.