De kraan opendraaien voor de tuin in maart. Dat klinkt onschuldig. Maar in delen van Nederland kan dat dit voorjaar een reële impact hebben op een watervoorraad die al maandenlang krimpt onder het oppervlak, onzichtbaar voor wie er gewoon overheen loopt.
Het grondwaterpeil onder de zandgronden van het oosten en zuiden van Nederland staat bijzonder laag, als gevolg van het droge jaar 2025. Gemiddeld zo’n 50 centimeter lager dan je zou verwachten in deze tijd van het jaar. Dat is geen kleine marge. Normaal gaat het peil na september omhoog, maar dit keer gebeurde dat amper. Het water zit er simpelweg niet meer in, terwijl het groeiseizoen al begint te trekken aan de reserves.
Samenvatting
- Grondwaterstanden in oosten en zuiden staan op rood — nog nooit zo laag in deze periode
- Waterschappen bereiden zich voor op beregeningsverboden vanaf april, maar jij kunt nu al handelen
- Hydrologische droogte is structureel: dit wordt ‘normaal’ in Nederland
Een droogte die je niet ziet maar wel voelt
Het verwarrende aan de huidige situatie is hoe gewoon alles eruitziet. Wie door de koude, stilstaande natuur op de hoge zandgronden van Nederland loopt, moet goed opletten om de bijzondere situatie op te merken. “Het gaat om hydrologische droogte”, verklaart een droogtecoördinator van Waterschap Aa en Maas. “Het stuift niet. Aan de oppervlakte zijn sommige delen van het land gewoon nat.” Toch zie je het zodra je naar de beken kijkt: die stromen op hoge gronden nauwelijks. Dat is uitzonderlijk. Normaal gesproken zitten die waterlopen in de winter vol water. Maar omdat de waterstand zo laag is, blijft het water staan achter de stuwen waar het normaal zo overheen stroomt.
De regio’s die het meest kwetsbaar zijn, liggen op de hogere zandgronden. De hoge zandgronden zijn volledig afhankelijk van regenwater; het rivierwater kan deze gebieden niet bereiken. Dit zijn vooral de gebieden in het zuiden en oosten van Nederland en in Zeeland. In die gebieden geldt een simpele maar harde wet: als het niet regent, vult het zich niet aan. Er is geen alternatieve aanvoer.
Het is nog steeds uitzonderlijk droog in Midden- en West-Brabant. Metingen laten zien dat in meerdere gebieden de grondwaterstanden en waterstanden aanzienlijk lager zijn dan normaal voor deze tijd van het jaar. De regen van de afgelopen periode is onvoldoende om de tekorten aan te vullen. Het laatste jaar is er 30% minder regen gevallen dan normaal. Waterschap Brabantse Delta en Waterschap Aa en Maas sloegen al vroeg in 2026 alarm, een timing die in de geschiedenis van het Nederlandse waterbeheer eerder uitzondering dan regel was.
Wat waterschappen nu al doen (en van ons verwachten)
In West-Brabant waarschuwt waterschap Brabantse Delta voor een zeer droog voorjaar en roept het inwoners, boeren en bedrijven op zuinig om te springen met water en het op te slaan waar het kan. De waterschappen houden de stuwen hoog om zoveel mogelijk water vast te houden, maar die maatregel heeft grenzen.
Elk jaar op 1 april besluiten de Brabantse waterschappen op basis van de grondwaterstanden of het beregenen met grondwater toegestaan is in bepaalde gebieden. Deze voorjaarsregeling voor graslanden, sportvelden en golfterreinen geldt dan standaard van 1 april tot 1 juni. Zo beschermen ze de voorraad grondwater in Brabant. Wie die datum afwacht, zet misschien zijn grasmat of sportveld veilig, maar wacht óók op een beslissing die door de huidige grondwaterstand behoorlijk kan uitpakken.
Wanneer in een gebied meer dan de helft van de meetpunten op ‘rood’ staat (zeer lage grondwaterstand), kan waterschap Brabantse Delta per gebied een beregeningsverbod instellen. In het zuiden en westen van Noord-Brabant stonden begin 2026 al veel meetpunten in het rood. Waterschap Aa en Maas signaleerde dat de grondwaterstanden in de hoge delen van het werkgebied laag tot zeer laag zijn voor de tijd van het jaar. Het grondwater staat er vaak 40 tot 70 centimeter lager dan het gemiddelde voor deze periode. Ook veel bovenlopen van beken staan droog.
Waterschap Vallei en Veluwe meldde bovendien dat ook langs de Veluwe de grondwaterstand lager is dan normaal, al is de situatie er iets minder precair dan in Brabant. De komende weken blijft het nagenoeg droog: de rivierstanden dalen en het grondwater zakt mee. Omdat het voorjaar eraan komt, met de eerste watervraag en toenemende verdamping, staat het peilbeheer nu in het teken van maatwerk per gebied.
Waarom één regenbui het probleem niet oplost
Hier zit de kern van het verhaal waar veel mensen overheen lezen. Alleen langdurige, zachte regen kan de grondwaterreserves geleidelijk aanvullen. Een korte of hevige bui helpt nauwelijks: het water stroomt dan weg via sloten en riolen, zonder dat het tijd krijgt goed in de bodem te trekken. De populaire gedachte “dan regent het toch gewoon een keer flink” klopt dus niet als oplossing voor hydrologische droogte.
Grondwater reageert traag. Heel traag. Dat water doet er tientallen jaren over om op een bepaalde plek te komen. Een tekort aan neerslag over een lange periode heeft dus pas vele jaren later invloed op de diepste grondwatervoorraden die drinkwaterbedrijven gebruiken. Het goede nieuws: de drinkwaterkraan thuis staat voor de meeste huishoudens niet direct op het spel. Het slechte nieuws: twee derde van ons drinkwater komt uit het grondwater. Daar moeten we zuinig op zijn.
De waterschappen doen nu al wat ze kunnen. In gebieden zonder mogelijkheden voor wateraanvoer stellen waterschappen tijdelijke onttrekkingsverboden voor oppervlakte- of grondwater in om de watervoorraad te beschermen. Burgers kunnen ook iets doen. Koop een regenton als je dat niet al gedaan hebt, zegt een droogtecoördinator van Waterschap Aa en Maas. Het is een eenvoudige manier om regenwater vast te houden. Het voorkomt dat je tijdens droogte in het groeiseizoen drinkwater gebruikt voor je tuin. En: burgers kunnen bijdragen door tegels uit de tuinen te vervangen door groen. Hierdoor stroomt de gevallen regen niet richting de rioolput, maar zakt het de bodem in.
Het grotere plaatje: dit wordt structureel
De situatie van dit voorjaar is niet alleen het gevolg van één extreem droog jaar. Nederland kampt al jaren met een structureel watertekort. Droge lentes komen steeds vaker voor, mede door klimaatverandering. De verdamping begint steeds vroeger in het jaar. Dat komt deels door hogere temperaturen en meer zonuren, waardoor er meer vocht verdampt uit de bodem en het oppervlaktewater.
Vanaf 2026 houdt het KNMI het neerslagtekort ook jaarrond bij: van 1 januari tot en met 31 december. Zo wordt droogte eerder in het jaar beter zichtbaar en sluit de monitoring beter aan bij het veranderende klimaat. Dat het KNMI zijn meetmethode aanpast, zegt iets: droogte is geen zomerprobleem meer.
Het is noodzakelijk dat we in Nederland op een andere manier met drinkwater om leren gaan en ons bewust zijn van de waarde van ons drinkwater. Hierbij denken we niet meer vanuit een mentaliteit van maakbaarheid, overvloed en verspilling. Steeds vaker lopen we tegen de grenzen van het water- en bodemsysteem aan. De oproep van waterschappen om zuiniger te zijn met water is geen noodmaatregel voor dit seizoen, maar een voorbode van hoe we in dit land langzaam maar zeker anders moeten leren leven met een grondstof die we altijd als vanzelfsprekend beschouwden. Aan het einde van je sproeislang staat eigenlijk de vraag: hoeveel water is er nog over voor de volgende droge zomer?