Jarenlang lag de map onberoerd op de plank. Pensioen was iets voor later, iets voor als je oud bent, iets waar mijn vader liever niet aan dacht. Die envelop van het pensioenfonds? Rechtstreeks in de la. Totdat 2026 aanbrak en alles anders werd. Niet omdat hij er plotseling zin in had, maar omdat het systeem zelf veranderde op een manier die niemand in Nederland onbewogen laat.
Samenvatting
- Het oude pensioenstelsel beloofde zekerheid maar leverde verwarring: wat verandert daar nu echt in?
- Jij krijgt straks een persoonlijke, inzichtelijke pensioenpot in plaats van een aandeel in het collectief — maar wat is de prijs?
- Miljoenen Nederlanders moeten handelen voor 2026, vooral wie tussen de 40 en 55 jaar oud is
Het oude stelsel: een belofte die steeds minder waard was
Het Nederlandse pensioenstelsel rustte decennia lang op één simpele gedachte: jij werkt, je fonds spaart, en als je met pensioen gaat krijg je een vaste uitkering. Klinkt geruststellend, maar die zekerheid was grotendeels een illusie. Het oude pensioenstelsel kende een aantal kwetsbaarheden: er werden toezeggingen over toekomstige pensioenuitkeringen gedaan die niet altijd konden worden waargemaakt, denk aan het niet-indexeren of het moeten doorvoeren van kortingen. Voor veel gepensioneerden betekende dat jarenlang hetzelfde bedrag, terwijl de boodschappen gewoon duurder werden.
Veel mensen wisten bovendien niet goed hoeveel pensioen zij konden verwachten. Jongeren vroegen zich af of er ook nog pensioen voor hén werd opgebouwd. Geen wonder dat mijn vader die enveloppen liever liet liggen. Het systeem was ondoorzichtig, complex en riep meer vragen op dan het beantwoordde.
Daar komt bij dat de arbeidsmarkt volledig veranderde. Er zijn minder werkenden ten opzichte van gepensioneerden. Mensen werken niet meer hun hele leven bij een werkgever, maar veranderen vaker van baan of beginnen voor zichzelf. Het oude stelsel was gebouwd voor een wereld die niet meer bestaat.
Wat er nu daadwerkelijk verandert
Op 30 mei 2023 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel Wet toekomst pensioenen aangenomen. Deze nieuwe pensioenwet vormt de basis voor het nieuwe pensioenstelsel in Nederland. Maar de echte veranderingen worden nu, in 2026 en 2027, zichtbaar voor gewone mensen zoals jij en ik.
De kern is radicaal anders dan vroeger. Een belangrijk verschil met het huidige stelsel is dat er straks geen belofte meer is over de hoogte van het pensioen. In het nieuwe stelsel bouwt iedereen pensioen op via een premieregeling. Dat geld wordt vervolgens belegd. Werknemers kunnen zien hoe hoog de inleg in hun pensioen is en hoe hun persoonlijke pensioenvermogen groeit. Jij hebt voortaan je eigen, inzichtelijke pensioenpot, in plaats van een aandeel in een ondoorzichtig collectief.
Dat klinkt misschien abstract, maar in de praktijk betekent het veel. Dit betekent dat pensioenen eerder verhoogd kunnen worden, omdat er minder buffers opgebouwd hoeven te worden. Maar als de beleggingsresultaten tegenvallen, gaan de pensioenen eerder dan nu omlaag. Transparanter, maar ook eerlijker over het risico dat er altijd al was.
Meerdere grote pensioenfondsen zijn al overgestapt. PFZW is op 1 januari 2026 overgestapt op de nieuwe pensioenregeling. Pensioenfonds PMT heeft eveneens sinds 1 januari 2026 een nieuwe pensioenregeling. ABP, het fonds voor ambtenaren en onderwijzers, volgt op 1 januari 2027. Pensioenfondsen hebben tot en met 1 januari 2028 om over te gaan op de nieuwe pensioenregels.
En Europa? Dat gooit er nog een schepje bovenop
Terwijl Nederland zijn eigen stelsel hervormt, beweegt Europa in dezelfde richting. De Europese Commissie heeft een nieuw pensioenpakket gepresenteerd dat ook Nederland raakt. De Europese Commissie heeft een nieuw EU-pensioenpakket gepubliceerd, waarmee Europa een belangrijke stap zet om aanvullende pensioenen in de EU verder te ontwikkelen.
Een van de Europese instrumenten die steeds meer aandacht krijgt, is het zogeheten PEPP: het Pan-Europees Persoonlijk Pensioenproduct. Het Pan-Europese Persoonlijke Pensioenproduct (PEPP) is een vrijwillig persoonlijk pensioenproduct dat een aanvulling vormt op bestaande publieke pensioenstelsels, bedrijfspensioenstelsels en op nationale particuliere pensioenregelingen. Simpel gezegd: een flexibel, Europees erkend pensioenproduct waarmee je zelf extra kunt sparen, ook als je in meerdere landen werkt of werkte.
Dat is met name interessant voor mensen die de afgelopen jaren de grens zijn overgestoken voor werk. Deze Pan-Europese Persoonlijke pensioenproducten (PEPPs) zijn aanvullend, individueel en vrijwillig van aard. Het doel van PEPP is om het gemakkelijker te maken om in verschillende landen derde pijlerpensioen op te bouwen. Een Nederlander die vijf jaar in Duitsland werkte en nu weer in Eindhoven woont? Die heeft er baat bij.
Maar de Europese plannen staan ook ter discussie. Omdat het product nauwelijks van de grond is gekomen, herziet de Europese Commissie de PEPP-verordening. Dit kan Europese spaarders helpen in landen waar goede derdepijlerproducten ontbreken. Voor PEPP ligt de nadruk op vereenvoudiging en aantoonbare ‘value for money’. Te complexe regels en beperkte belastingvoordelen hebben tot nu toe zowel aanbod als vraag geremd. De herziening van die verordening is op dit moment in volle gang. De Europese Commissie, Raad en Europees Parlement onderhandelen over de definitieve wetstekst, wat naar verwachting midden-2026 wordt afgerond.
In veel Europese lidstaten is het pensioenstelsel minder ontwikkeld dan in Nederland. Het EU-pensioenpakket kan daarvoor een zet in de goede richting zijn. Nederland staat dus, paradoxaal genoeg, voor de uitdaging om zijn al relatief sterke stelsel niet te laten ondermijnen door Europese regels die zijn ontworpen voor landen die nog ver achter lopen.
Wat dit voor jou betekent als je nu al werkt of al met pensioen bent
Misschien werk jij al twintig jaar en denk je: dit gaat over mij. Klopt. De vernieuwing van het pensioenstelsel raakt bijna elke Nederlander. De manier waarop je straks pensioen ontvangt, verandert structureel.
Goed nieuws is dat het pensioen zelf niet verdwijnt. Ook in het nieuwe pensioenstelsel krijg je een pensioen zolang je leeft. De manier waarop het pensioen wordt berekend verandert, maar je blijft recht houden op een maandelijkse uitkering tot aan je overlijden. Dat kan omdat we in het nieuwe stelsel nog steeds risico’s met elkaar delen.
Wie nu tussen de veertig en vijfenvijftig jaar oud is, verdient extra aandacht. Voor werknemers van 40 tot 55 jaar is mogelijk compensatie nodig. Zij kunnen er op achteruitgaan, omdat alle werknemers straks dezelfde premie gaan betalen. Deze groep kan dan minder pensioen opbouwen, omdat hun pensioenpremie dan korter kan renderen. Vraag je werkgever of pensioenfonds expliciet hoe dat bij jou uitpakt.
Deelnemers krijgen in de nieuwe situatie informatie over de ontwikkeling van hun persoonlijk pensioenvermogen, zodat duidelijk wordt hoeveel pensioen er voor hen persoonlijk is gereserveerd. Die brief van het pensioenfonds die voorheen in de la verdween, bevat straks informatie die je daadwerkelijk kunt lezen en begrijpen. Mijn vader deed de la inmiddels open. Het was de eerste keer in jaren dat hij wist wat erin stond. Of dat genoeg is, moet de toekomst uitwijzen.
Sources : tweedekamer.nl | pensioencarriere.nl