Rusland gaf op, IJsland weet het al: waarom permanente zomertijd een grote fout is

Twee keer per jaar hetzelfde ritueel: klokken omzetten, agenda’s controleren, één keer per nacht wakker worden omdat je brein het niet snapt. Maar wat als dat gewoon… ophield? Rusland probeerde het al. IJsland heeft het nooit anders gekend. En de les die ze leerden, is verrassender dan je denkt.

Samenvatting

  • Rusland experimenteerde met permanente zomertijd maar keerde terug na toename van winterdepressie en donkere ochtenden
  • IJsland hanteert al jaren dezelfde tijd zonder wisselen en ondervindt geen problemen
  • Studies tonen meer hartaanvallen en ongelukken de dag na verzetting — maar Europa kan zich nog niet eens besluiten

Een experiment dat misliep: wat Rusland ontdekte

Rusland stopte in 2011 met het wisselen van de klok en bleef permanent op zomertijd, maar keerde in 2014 terug naar wintertijd. Die ommezwaai was geen politiek gril, maar een direct gevolg van wat mensen in de praktijk ervoeren. In Rusland heeft het instellen van permanente zomertijd geleid tot een toename van winterdepressie en een toename van sociale jetlag.

Dat klinkt misschien tegenstrijdig. Meer licht in de avond zou toch beter moeten zijn? Het probleem zit ‘m in de ochtend. Bij een permanente zomertijd zou de zon begin januari pas rond 9.45 uur opkomen. Als het tegenzit, op een sombere dag, zouden we pas tegen half elf echt het gevoel hebben dat het licht wordt. Dat kan negatieve gevolgen hebben voor ons bioritme. Het lichaam heeft ochtendlicht nodig om de biologische klok te starten. Geen ochtendzon betekent dus: moeizaam wakker worden, maanden achtereen.

We hebben licht in de ochtend juist nodig om onze biologische klok in onze hersenen in de pas te laten lopen; licht in de avond verstoort de klok. Rusland leerde dit de harde weg. Na drie jaar terugkeerde het land gewoon naar de wintertijd als permanente standaard, en liet de zomertijdperiode voor wat die was.

IJsland: de stille uitzondering in Europa

Er is één populair vakantieland in Europa dat niet meedoet aan de zomer- en wintertijd, namelijk IJsland. Dat is al zo vanaf de oprichting van het huidige tijdssysteem. Het eiland hanteert Greenwich Mean Time het hele jaar door, zonder aanpassing. Logisch eigenlijk: landen die zich dichter bij de noord- of zuidpool bevinden, merken wel degelijk een gigantisch verschil, met in sommige landen onbestaande nachten in hoogzomer. Bij zo’n extreme daglichtvariatie heeft het verzetten van de klok weinig extra nut.

Het voordeel voor IJslanders? Landen zoals IJsland hebben ervoor gekozen om geen zomertijd of wintertijd in te voeren. Dit betekent dat hun klok het hele jaar door hetzelfde blijft. Voor mensen die met deze landen samenwerken, is het belangrijk om zich bewust te zijn van het feit dat er geen tijdsverandering zal plaatsvinden, wat de planning kan vereenvoudigen. Geen verwarring, geen jaarlijkse aanpassingsperiode. Gewoon: de klok is de klok.

Turkije ging in 2016 over naar zomertijd en besloot die voortaan als standaardtijd te gebruiken. Dat is precies het tegenovergestelde van wat slaapwetenschappers adviseren. En de effecten daarvan lijken op wat Rusland eerder meemaakte: donkere winterochtenden die het dagritme van miljoenen mensen permanent verstoren.

Wat de wetenschap wil dat politici eindelijk doen

Het klok verzetten is nooit zo onschuldig geweest als het lijkt. Onze biologische klok geraakt in de war als we plots een uur vroeger moeten opstaan. Dat is vergelijkbaar met een mini-jetlag: humeur, concentratievermogen en slaapritme lijden eronder. Maar de gevolgen gaan verder dan vermoeidheid op maandagochtend.

Volgens wetenschappelijk onderzoek zijn er de maandag na de overgang naar de zomertijd meer hartaanvallen. Een recente meta-analyse van 12 studies uit 10 landen schat de gemiddelde toename op zo’n 4 procent. In de eerste week na de omschakeling naar de zomertijd zijn er ’s ochtends tot 8 procent meer ongevallen op de wegen. Eén uur. Zoveel heeft de biologische klok nodig om het ritme volledig te ontregelen.

Direct na de wisselingen slapen mensen slechter; vooral direct na de wisseling naar de zomertijd slapen mensen korter. Ook zijn er gezondheidseffecten te zien na de wisselingen. Zo komen er meer hartinfarcten voor direct na de wisseling naar de zomertijd. Zulke directe effecten treden niet meer op bij een vaste tijdinstelling voor het hele jaar. Het RIVM trok die conclusie al in 2019: de oplossing is simpel, maar politiek moeizaam.

Energie besparen we er namelijk niet mee, zo blijkt, en dat was toch de bedoeling. Studies naar het effect van de zomertijd op het energiegebruik vinden ofwel geen ofwel een verwaarloosbaar klein effect. Het argument waarmee het systeem in de jaren zeventig werd ingevoerd, is al lang komen te vervallen. Waar de traditionele gloeilampen inderdaad langer uit konden blijven, gebruiken we tegenwoordig veel efficiëntere ledverlichting en is de energieconsumptie verschoven naar andere apparaten die dag en nacht stroom verbruiken.

Europa wil, maar kan het niet eens worden

De politiek hangt al jaren in een merkwaardige spagaat. In maart 2019 stemde het Europees Parlement om winter- en zomertijd tegen 2021 af te schaffen. EP-leden reageerden op de resultaten van een openbare raadpleging van de Europese Commissie waaraan 4,6 miljoen mensen deelnamen en 84% van de respondenten voorstander was van het beëindigen van de klok voor- en achteruit te zetten.

Maar daarna: stilte. Een daaropvolgend wetgevingsvoorstel om er op gecoördineerde wijze een einde aan te maken, verstoringen van de interne markt te voorkomen en het welzijn van de burgers te bevorderen, werd echter niet gehaald door dezelfde ambitie in de Raad van de EU, die na zes jaar van beraadslaging niet heeft gereageerd met een eigen gemeenschappelijk standpunt.

Het struikelblok is verrassend banaal. België en Nederland neigen globaal naar het winteruur, maar Frankrijk en Duitsland zouden iets meer gewonnen zijn voor permanent zomeruur. Niemand wil een situatie waarbij je op de trein van Amsterdam naar Brussel twee keer je telefoon moet bijstellen. Nederland gaf al snel aan pas een besluit te willen nemen zodra duidelijk is wat de buurlanden doen, ook omdat men niet zit te wachten op een lappendeken aan tijdzones.

Voor de volksgezondheid is het het beste om een tijd in te stellen die aansluit op het natuurlijke dag- en nachtritme op aarde. Dat betekent een instelling waarbij de zon vroeg opkomt, wat het geval is bij de standaardtijd. Wanneer we het hele jaar door zomertijd instellen, is dat voor de gezondheid minder gunstig dan het hele jaar door standaardtijd.

Het Russische experiment, de IJslandse routine en de stapel wetenschappelijk bewijs wijzen allemaal dezelfde kant op: stop met wisselen, en kies bij voorkeur voor de wintertijd als vaste standaard. Maar terwijl miljoenen mensen elk jaar opnieuw moe wakker worden op de maandag na het klok verzetten, vergaderen politici nog steeds over welke tijd het officieel moet worden. De vraag is niet méér of we ooit stoppen met dat halfjarige ritueel, maar wie in Europa als eerste de knoop durft door te hakken.