ETS2: de verborgen EU-heffing die vanaf 2027 miljoen huishoudens raakt — en waarom niemand het zag aankomen

Je tankt goedkoper dan drie jaar geleden. De gasprijzen zijn gedaald. Alles lijkt in orde. Maar ondertussen werkt Brussel aan een systeem dat de komende jaren stap voor stap in je portemonnee terechtkomt, of je nu autorijdt, je huis verwarmt met gas, of beide. De naam klinkt technisch en droog: ETS2. De impact is dat allerminst.

Samenvatting

  • Een onbekend EU-systeem gaat je gasprijs en benzinekosten stijgen — maar wanneer precies en hoeveel blijft onduidelijk
  • Kwetsbare huishoudens in slecht geïsoleerde huurwoningen krijgen geen keuze: zij betalen mee zonder snel te kunnen verduurzamen
  • Nederland heeft nu tot 2028 om te kiezen: geeft het de inkomsten terug aan burgers, of investeert het in de renovatiegolf die al jaren wacht?

Een markt die jouw dagelijks leven binnenkomt

Het Europese emissiehandelssysteem (ETS) bestaat al sinds 2005 en was tot nu toe gericht op grote vervuilende industrieën. Energiecentrales, staalfabrieken, chemische bedrijven: zij moeten al jaren betalen voor elke ton CO2 die ze uitstoten. Deze eerste fase was uitsluitend van toepassing op industrieën, fabrieken en energieproducenten, en werd in 2024 uitgebreid naar de luchtvaart en de zeevaart.

In de sectoren die niet onder ETS vielen, zoals de gebouwde omgeving, wegvervoer en de kleine industrie, is de uitstoot de afgelopen jaren minder hard teruggelopen dan in de sectoren die er wel onder vallen. Om het Europese doel van klimaatneutraliteit in 2050 te behalen, is het van belang dat ook die uitstoot sneller daalt. De oplossing van Brussel: een tweede systeem, ETS2 gedoopt, dat de CO2-beprijzing tot in de huiskamer brengt.

Leveranciers van fossiele brandstoffen worden verplicht om emissierechten te kopen voor de CO2-uitstoot die ontstaat door het gebruik van hun producten in gebouwen, met name de uitstoot via de verbranding van fossiele brandstoffen voor verwarming, zoals gas en olie. Het gaat hier om een subtiel maar cruciaal mechanisme: niet de huishoudens zelf worden juridisch verantwoordelijk voor de uitstootregistratie, maar de brandstofleveranciers. Of het nu om benzine, diesel, stookolie of gas gaat, zullen leveranciers deze CO2-heffing moeten betalen en onvermijdelijk doorberekenen in hun tarieven. Als laatste schakel in de keten zullen huishoudens het effect voelen via hogere energierekeningen als ze fossiele brandstoffen gebruiken voor verwarming of transport.

Wanneer precies, en hoeveel?

De invoering van ETS2 verschuift van 2027 naar 2028. Dat geeft lidstaten en lokale besturen extra tijd om zich voor te bereiden op de impact van dit systeem. De koolstofprijs op fossiele brandstoffen voor verwarming en transport zal daardoor één jaar later doorwerken in de energiefacturen van huishoudens en kleine ondernemingen, waardoor de overgang geleidelijker verloopt.

Maar “later” betekent niet “niet”. De Europese Commissie stelt dat ETS2 in 2028 volledig operationeel wordt, maar energieleveranciers moeten er al vanaf 2027 rekening mee houden. Independer verwacht dat hierdoor de gasprijs met 6 tot 14 cent per kubieke meter zal stijgen. Volgens onderzoek van Independer kan de gasprijs vanaf 2028 met maximaal 27 cent per kubieke meter stijgen, wat bij een gemiddeld gasverbruik neerkomt op een extra kostenpost van maximaal 270 euro per jaar.

Voor automobilisten vertaalt de heffing zich anders. Bij een CO2-prijs van 55 euro per ton zou de nieuwe heffing ongeveer 7 euro toevoegen aan de kosten van een volle tank. Kijk je verder vooruit, dan worden de prognoses steviger: analyses voorspellen dat CO2-prijzen kunnen stijgen tot 149 euro per ton in 2030. Daarmee zouden de transportkosten voor weggebruikers met 22 tot 27 procent kunnen stijgen, terwijl verwarmingskosten thuis met 31 tot 41 procent kunnen oplopen als de kosten volledig worden doorberekend. Dit zijn bovengrensscenario’s, maar ze geven wel de richting aan.

Voor een concreet Nederlands beeld: volgens het Planbureau voor de Leefomgeving betaalt een eigenaar van een klein appartement met cv-ketel en een benzineauto die jaarlijks zesduizend kilometer rijdt in 2030 naar verwachting tien tot twintig euro extra per maand. Dat is geen dramatisch bedrag op zich, maar het komt bovenop de al hoge energierekeningen na de inflatiegolf van de afgelopen jaren.

Wie betaalt de rekening het hardst?

De politieke spanning rondom ETS2 zit hem niet zozeer in het principe, als wel in de verdeling van de lasten. Omdat de ETS2-prijs gelijkelijk wordt geheven, ongeacht het inkomen, bestaat de zorg dat de nieuwe heffing mensen met lage inkomens onevenredig hard treft. Een huishouden in een slecht geïsoleerde huurwoning, zonder de financiële ruimte om een warmtepomp aan te schaffen, heeft nu eenmaal weinig keuze dan gewoon te blijven betalen voor aardgas.

Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving kunnen de gevolgen voor huishoudens sterk uiteenlopen. Vooral kwetsbare huishoudens lopen het risico financieel in de knel te raken. Zonder gerichte ondersteuning dreigt ETS2 juist huishoudens te raken die weinig financiële ruimte hebben om snel te verduurzamen.

Polen, Tsjechië en Slowakije probeerden het systeem tegen te houden vanwege precies deze bezwaren. De weerstand van deze EU-lidstaten heeft tot politieke druk geleid, maar het systeem gaat er gewoon komen. Het uitstel met een jaar is de enige concessie die er tot nu toe is gedaan.

Het vangnet: het Sociaal Klimaatfonds

De EU is zich bewust van de sociale risico’s en heeft een tegenwicht ingebouwd. Het Sociaal Klimaatfonds is bedoeld om energie- en vervoersarmoede aan te pakken voor kwetsbare huishoudens, micro-ondernemingen en vervoersgebruikers, en is al in 2026 gestart met naar schatting 86,7 miljard euro beschikbaar.

Een deel van de opbrengsten van ETS2 vloeit terug naar lidstaten via dit Europese Sociaal Klimaatfonds. Dat fonds is bedoeld om kwetsbare huishoudens te ondersteunen bij verduurzaming of compensatie van hogere energiekosten. Daarmee kunnen lidstaten investeren in woningisolatie, schone verwarming en deelmobiliteit.

Maar er is een addertje onder het gras. Het PBL noemt dat aandeel echter beperkt, en pleit er daarom voor om ook nationale ETS2-opbrengsten in te zetten voor compensatiemaatregelen, woningisolatie en verduurzaming van vervoer. In andere Europese landen is bij vergelijkbare CO2-heffingen gekozen voor een vaste compensatie per inwoner, een aanpak die politiek aantrekkelijk is omdat iedereen iets terugkrijgt, ongeacht inkomen.

Voor Nederland geldt bovendien dat de transitie een kwestie van kosten is. Het uitstel is voor ons land een kans om de overgang beter te plannen. Nederland heeft al hoge accijnzen. Ook een goed ontwikkeld laadnetwerk, wat de overstap naar elektrisch rijden relatief haalbaar maakt. Volgens de Europese Commissie moet ETS2 leiden tot snellere investeringen in elektrische voertuigen, warmtepompen, woningisolatie en andere emissiearme technologieën.

De echte vraag is niet of ETS2 eraan komt, want dat staat vast. De vraag is hoe Nederland de opbrengsten van dit systeem gaat inzetten: als budgetneutrale afdracht aan Brussel, als gerichte steun voor wie het nodig heeft, of als hefboom voor de renovatiegolf die onze woningvoorraad al jaren wacht. Dat is een politieke keuze, en die wordt nu gemaakt, terwijl de meeste Nederlanders nog nooit van ETS2 hebben gehoord.