Stel je voor: je zit in een rolstoel, of je ziet slecht, en je probeert online een trui te kopen. Je komt bij de betaalknop, maar die is onbereikbaar met een schermlezer. Je bestelling blijft onvoltooid. Voor miljoenen Nederlanders is dit dagelijkse realiteit, en dat terwijl er al bijna een jaar een wet bestaat die dit verbiedt. Toch voldoet de meerderheid van de grote Nederlandse webshops daar nog altijd niet aan.
Samenvatting
- Een nieuwe Europese wet verplicht webshops en apps per direct volledig toegankelijk te zijn voor mensen met beperkingen
- De meerderheid van Nederlandse webwinkels faalt nog op basis items als toetsenbordnavigatie en alt-teksten
- Bedrijven die zich niet aanpassen riskeren forse boetes, maar kleine aanpassingen nemen soms slechts uren werk
Wat er precies veranderd is (en al veranderd was)
De European Accessibility Act (EAA) is sinds 28 juni 2025 van kracht en stelt verplichte eisen aan de digitale toegankelijkheid van producten en diensten in de hele EU. De EAA geldt voor webshops, banken, streamingdiensten en andere bedrijven die online producten of diensten aan consumenten leveren. De deadline van 28 juni staat dus niet voor iets nieuws dat er aankomt, maar markeert het moment waarop de toezichthouder zijn handhaving serieus opvoert.
In Nederland houdt de Autoriteit Consument & Markt (ACM) toezicht. Anders dan eerdere richtlijnen die alleen voor overheden golden, richt de EAA zich expliciet op de private sector. Dat is een wezenlijk verschil. Overheidswebsites waren al langer verplicht toegankelijk te zijn, maar nu komen webwinkels, bankdiensten en telecomproviders ook in beeld.
De webrichtlijnen rondom digitale toegankelijkheid (WCAG) worden gebruikt om de mate van toegankelijkheid te beoordelen. Specifiek refereert de European Accessibility Act naar versie 2.1 (niveau AA) van de WCAG. Concreet betekent dit: informatie moet waarneembaar zijn via verschillende zintuigen, gebruikers moeten interfaces kunnen bedienen zonder muis, de inhoud moet begrijpelijk zijn qua structuur en taal, en digitale toepassingen moeten compatibel zijn met hulptechnologieën zoals screenreaders of brailleleesregels.
Wat klanten merken als hun app of webshop het laat afweten
Uit controle van de ACM blijkt dat 61 procent van de grootste Nederlandse webwinkels niet digitaal toegankelijk is. Dat wil zeggen dat de website zo ontworpen is dat bijvoorbeeld mensen met een visuele beperking er geen bestelling kunnen plaatsen. Problemen ontstaan onder meer door ontoegankelijke bestelknoppen en captcha-controles. Daarnaast heeft 33 procent van de onderzochte websites serieuze toegankelijkheidsproblemen, waardoor bestellen wel mogelijk is, maar aanzienlijk meer moeite kost.
De getallen liegen er niet om. Slechts 32 procent van de webshops heeft alternatieve teksten bij afbeeldingen volledig doorgevoerd en slechts 13 procent is volledig met een toetsenbord te bedienen. Wie geen muis kan gebruiken vanwege een motorische beperking, stuit dus bij de overgrote meerderheid van Nederlandse webwinkels op een digitale muur. In sommige gevallen kun je wel bestellen zonder muis, maar geen kortingscode invullen. Een lichamelijke beperking betekent dan dat je meer betaalt voor hetzelfde.
Er zijn in Nederland naar schatting 4,5 miljoen mensen met een visuele, auditieve, motorische, cognitieve beperking of neurodivergentie. Dat zijn 4,5 miljoen mensen die nu vaak geen of moeizaam gebruik kunnen maken van webshops, apps of digitale producten. Ter vergelijking: dat is meer dan een kwart van de Nederlandse bevolking.
Voor welke bedrijven gelden de regels, en wie is er nog niet klaar?
Als je meer dan 10 mensen in dienst hebt of een jaaromzet van meer dan 2 miljoen euro en je maakt, biedt of verkoopt producten of diensten die onder de Europese Toegankelijkheidsrichtlijn vallen aan consumenten, dan moeten die producten en diensten digitaal toegankelijk zijn. Kleine zelfstandigen met een webshopje in de bijkeuken zijn dus vrijgesteld, maar zodra een bedrijf ook maar enigszins volwassen is in omvang, gelden de eisen volledig.
De overgangsregelingen zorgen voor enige nuance. Voor producten die voor de datum al op de markt waren, geldt een overgangsperiode tot 28 juni 2030. Voor dienstverleningscontracten die voor 28 juni 2025 zijn gesloten, geldt onder voorwaarden ook een overgangsperiode tot uiterlijk 28 juni 2030. Voor websites die ná 28 juni 2025 live komen, is compliance per direct vereist. Bij een grote update, zoals een redesign, migratie naar een nieuw platform of fundamentele wijziging van structuur, vervalt die grace period. Dan moet de webshop alsnog volledig voldoen aan de wetgeving.
De Toegankelijkheidsrichtlijn heeft wel degelijk een beweging in gang gezet, maar het heeft tijd nodig voordat het leeuwendeel van de webshops aan de wetgeving voldoet. Een gevoel van onzekerheid blijkt voor veel organisaties een remmende factor: wat wordt er precies verwacht vanuit de nieuwe wetgeving en welke stappen zijn er nodig om aan toegankelijkheid te voldoen. Bedrijven noemen hiervoor verschillende redenen: gebrek aan tijd, geld en technische expertise en onduidelijkheid over de verplichtingen.
Wat de ACM nu doet, en wat het kost als je niets doet
Vanaf 28 juni 2025 gaat de ACM controleren op de digitale toegankelijkheid van webshops en communicatiediensten en waar nodig bedrijven aanspreken. De ACM richt zich in de eerste periode vooral op kritieke toegankelijkheidsproblemen die veel negatieve impact hebben op gebruiksmogelijkheden. Wie een melding wil doen, kan dat al een tijdje. Na de inwerkingtreding van de regels kunnen mensen bij ACM ConsuWijzer een melding doen als zij merken dat een website of app niet digitaal toegankelijk is.
De bedrijven krijgen “een redelijke termijn” om de aanpassingen door te voeren. Houden ze zich na die termijn nog steeds niet aan de regels, dan volgen er sancties. “Bijvoorbeeld een boete of last onder dwangsom.” Dan riskeer je boetes tot €900.000. Dat zijn geen symbolische bedragen. Ook in andere landen begint handhaving te bijten: in Frankrijk worden vier van de grootste supermarktketens van het land geconfronteerd met juridische stappen, nadat belangenorganisaties een rechtszaak tegen hen hebben aangespannen.
Tegelijk is er goed nieuws voor wie wél aan de slag gaat. De meeste WCAG-fouten zitten in kleurcontrast, ontbrekende labels en alt-teksten. Dat zijn vaak aanpassingen van een paar uur tot enkele dagen werk, niet van een volledige herbouw. Ook mensen zonder beperking profiteren van een toegankelijke site. Ze laden vaak sneller, zijn beter vindbaar in Google en bieden een prettigere gebruikerservaring voor iedereen.
De vraag die boven de markt hangt, is eigenlijk geen juridische maar een maatschappelijke. Als bijna de helft van de onderzochte bedrijven nog nauwelijks weet wat de wet van hen vraagt, terwijl die wet al bijna een jaar geldt, hoeveel echt toegankelijk internet is er dan überhaupt beschikbaar voor die 4,5 miljoen Nederlanders met een beperking? De ACM trekt nu aan de bel, maar uiteindelijk is het aan gebruikers zelf om meldingen te doen en bedrijven te dwingen hun digitale deuren écht open te zetten.
Sources : iustitia.bg | nos.nl