Ik kocht mijn kaartje voor tram 28 gewoon bij de bestuurder om niet in de rij te staan: pas bij de vierde rit begreep ik wat die 3,20 euro me echt gekost had

Rijen van twintig minuten voor een tram die toch al overvol is: geen wonder dat veel bezoekers van Lissabon liever meteen bij de bestuurder afrekenen. Dat leek ook mij de slimste zet toen ik voor de gele Tram 28 stond, dat iconische lijntje dat kronkelend door Alfama en Graça rijdt. Drie euro twintig, tikje op de kaartautomaat naast de bestuurder, klaar. Pas na een paar ritten drong het besef door dat die snelle oplossing me flink meer kostte dan ik dacht, niet in geld alleen, maar ook in gemak.

Samenvatting

  • Die 3,20 euro aan de deur voelt handig, maar heeft een verstopt prijskaartje dat pas na enkele ritjes duidelijk wordt
  • Vier aparte tickets kosten je bijna twaalf euro, terwijl dezelfde ritten met een opgeladen kaart nog geen vier euro kosten
  • De rij aan de bestuurder maakt je extra kwetsbaar voor zakkenrollers die net op deze plek actief zijn

Waarom dat kaartje bij de bestuurder zo verleidelijk is

Wie voor het eerst in Lissabon aankomt, ziet die tram meestal het liefst zo snel mogelijk vanbinnen. Begrijpelijk: het is een van de mooiste stadsritjes van Europa, met houten interieurs uit de jaren dertig en uitzicht op pastelkleurige gevels. Het is een van de oudste tramlijnen in Lissabon, de eerste Elektrische trams werden in de jaren 1920 geïntroduceerd, en de kenmerkende gele trams die vandaag worden gebruikt dateren uit de jaren 1930. Die nostalgie trekt massa’s toeristen, en dus ontstaan er bij vertrekpunt Martim Moniz al vroeg in de ochtend lange rijen.

Een kaartje kopen bij de bestuurder voelt dan als een handige shortcut. Geen gedoe met kaartautomaten op een metrostation, geen Portugese termen die je niet kent, gewoon instappen en betalen. Tramtickets kosten 3,20 euro voor een enkele reis, te koop bij de bestuurder in contant geld of via de kaartlezer bij het instappen. Dat klinkt niet extreem duur voor een rit langs de mooiste plekjes van de stad. Het probleem zit in wat je daarmee eigenlijk kunt, of eerder: wat je er niet mee kunt.

De rekening die pas bij de vierde rit binnenkomt

Wat niemand je vertelt aan de deur van de tram: dat kaartje is strikt voor één rit, punt uit. Stap je uit om een uitzichtpunt te bewonderen en spring je even later weer op de volgende 28, dan betaal je opnieuw de volle prijs. Dit betekent dat je niet hop on hop off kunt doen, je kunt niet uitstappen bij een bezienswaardigheid en dan weer met hetzelfde ticket op de tram stappen, dat kost je elke keer weer 1,50 of 3 euro. Vier haltes, vier tickets, en plotseling sta je op ruim twaalf euro voor wat in feite één ochtend stadsverkenning was.

Vergelijk dat eens met de alternatieven die eigenlijk voor het grijpen liggen. Wie een Navegante- of Viva Viagem-kaart oplaadt met zogeheten zapping-tegoed, betaalt per rit nog geen twee euro. Een los kaartje bij de bestuurder kost momenteel 3,30 euro, terwijl de prijs met een Navegante-kaart en zapping-tegoed daalt naar ongeveer 1,66 euro per rit. Reken dat uit over vier ritjes en het verschil is niet meer te negeren: bijna de helft goedkoper, gewoon door vooraf een kaartje van vijftig cent aan te schaffen op een metrostation. Wie toch van plan is de hele dag te shoppen tussen trams, bussen en metro’s, kan zelfs beter meteen een dagkaart pakken. Die kost ergens rond de zeven euro en dan hoef je helemaal niet meer na te denken over losse tickets.

De Lisboa Card als stille winnaar

Er is nog een derde route die veel bezoekers over het hoofd zien. Met de Lisboa Card heb je onbeperkt toegang tot het openbaar vervoer van Lissabon, waaronder ook Tram 28, waardoor je de tram als een soort hop on hop off kunt gebruiken, en krijg je bovendien korting of gratis toegang tot minimaal dertig bezienswaardigheden. Voor wie toch al van plan is musea en uitkijkpunten te bezoeken, is die kaart eigenlijk een no-brainer. Je betaalt hem één keer en denkt daarna nooit meer aan een kaartautomaat.

Meer dan alleen geld: de andere prijs van het gemak

Er schuilt nog een tweede kostenpost achter dat snelle kaartje bij de bestuurder, en die heeft niets met euro’s te maken. Tram 28 staat namelijk bekend als een van de drukste plekken van Lissabon voor zakkenrollerij. De tram wordt breed omschreven als één van de plekken met het hoogste risico op zakkenrollerij in Lissabon, met de grootste kans tussen 9 uur ’s ochtends en 6 uur ’s avonds, wanneer de wagons het drukst zijn. Precies de tijden waarop toeristen zonder vooraf gekocht vervoerbewijs in de rij staan om bij de bestuurder af te rekenen, en precies het moment waarop iedereen met portemonnee in de hand staat te wachten.

Lokale gidsen wijzen er bovendien op dat het instappen zonder voorbereiding je extra kwetsbaar maakt. Als groot toeristisch attractiepunt is de 28 een geliefd doelwit voor zakkenrollers die makkelijk opgaan tussen de toeristen, en het is niet zo dat iedereen met een specifiek uiterlijk automatisch verdacht is. Terwijl je in je tas graait naar kleingeld voor die 3,20 euro, sta je met je aandacht ergens anders dan bij je rugzak. Wie vooraf een kaart heeft opgeladen, tapt in twee seconden en kan zich meteen weer concentreren op zijn omgeving, en op zijn spullen.

Wat je hiermee kunt doen op je volgende rit

Het slimste moment om je vervoer te regelen is dus niet aan de deur van de tram, maar op het metrostation vlak daarvoor. Een kaart opladen kost een paar minuten en een half euro aan statiegeld, en betaalt zich al bij de tweede rit terug. Ga je bovendien musea en bezienswaardigheden combineren met je tramritjes, dan loont het de moeite om vooraf te rekenen of een dagpas of de Lisboa Card niet gewoon voordeliger uitpakt dan je intuïtie ingeeft.

De volgende keer dat je in een Europese stad voor een populaire tram of bus staat en denkt: ik reken gewoon bij de bestuurder af, is het misschien de moeite waard om jezelf die vraag te stellen die ik mezelf te laat stelde. Wat kost dat gemak me eigenlijk over vier ritjes, en is er niet ergens een kaartautomaat die me dat antwoord had kunnen besparen?