Je boekt een hotelkamer in Amsterdam voor 150 euro per nacht en denkt dat je klaar bent. Bij het uitchecken blijkt de rekening ineens een stuk hoger. Geen typefout, geen verborgen resortfee zoals in Las Vegas, maar iets veel Nederlanders en buitenlandse bezoekers onderschatten: de Amsterdamse toeristenbelasting van 12,5 procent, gecombineerd met een recent verhoogde btw. Samen tikken die twee posten aan tot ruim een derde van je kamerprijs.
Samenvatting
- Amsterdam hanteert 12,5% toeristenbelasting zonder bovengrens – ruim twee keer hoger dan concurrenten als Barcelona en Parijs
- De belasting wordt apart bij inchecken afgerekend, waardoor veel toeristen compleet verrast worden door de eindrekening
- Vanaf 2027 stijgt het tarief naar 16%, en groeit jaarlijks verder tot 20% in 2031 – samen met btw dreigt 40% van je hotelrekening naar belastingen te gaan
Het percentage dat alle andere Europese steden verslaat
Terwijl de meeste Europese steden werken met een vast bedrag per nacht, koos Amsterdam voor een percentage van de boekingswaarde, zonder maximum. De hoofdstad rekent 12,5% van de overnachtingsprijs, het hoogste percentage van het continent, en kent, anders dan bijna alle andere Europese steden, geen maximumbedrag. Concreet: bij een hotelkamer van €150 komt daar €18,75 belasting bovenop, bij €250 al €31,25. Boek je iets luxueuzer, dan loopt het bedrag evenredig op. Er is simpelweg geen plafond dat de pijn beperkt, zoals in sommige Franse of Schotse steden wel het geval is.
Vergelijk dat met de rest van Europa en het verschil is groot. Andere populaire bestemmingen als Berlijn (€ 7,38), Rome (€ 6,13), Parijs (€ 5,65), Barcelona (€ 5,81) en Lissabon (€ 4,09) liggen aanzienlijk lager. Gemiddeld genomen betaal je in een Amsterdams driesterrenhotel dan ook fors meer dan waar dan ook op het continent: Amsterdam komt met 12,5 procent van de boekingswaarde uit op gemiddeld 18,45 euro per nacht bij een driesterrenhotel, ongeveer 10 euro per nacht meer dan de nummer twee, Griekse steden als Athene en Rhodos, gemiddeld 8,17 euro. Tien euro per nacht meer dan de eerste achtervolger, dat is geen kleine marge. Dat is een kloof.
Voor wie in een echt duur hotel logeert, wordt het helemaal absurd. Bij een suite van 865 euro per nacht komt er volgens berekeningen van Holidu bijna honderd euro aan gemeentelijke belasting bovenop de rekening, los van de btw. Zulke bedragen voelen niet meer als een servicekostje, maar als een tweede huurcontract.
Waarom niemand het ziet aankomen
Het venijn zit in de manier waarop deze kosten worden gepresenteerd. Bij het boeken via een platform zie je vaak alleen de kale kamerprijs, terwijl de toeristenbelasting apart bij het inchecken wordt afgerekend, in cash of met kaart. Dat maakt het voor reizigers lastig om vooraf een realistisch totaalbedrag te berekenen, zeker omdat het percentage steeds over de kamerprijs exclusief btw wordt berekend, wat de som extra ondoorzichtig maakt.
En dan is er nog een tweede schok die precies in dezelfde periode viel. Vanaf 1 januari 2026 ging de Nederlandse nationale btw op accommodatie omhoog van 9% naar 21%. Samen met de 12,5% toeristenbelasting betekent dit dat het totale belastingtarief rond de 33,5% uitkomt, een aanzienlijke stijging. Twee afzonderlijke besluiten, van twee verschillende bestuurslagen, die toevallig op hetzelfde moment hun rekening bij de toerist neerlegden. Wie zijn kamer vorig jaar boekte tegen het oude btw-tarief, kreeg bij aankomst soms alsnog een naheffing gepresenteerd. Niet omdat iemand probeerde te bedriegen, maar omdat boekingssystemen de wetswijziging simpelweg nog niet hadden verwerkt.
Het resultaat: een gemiddelde stedentrip van een paar nachten kan zomaar honderd euro extra kosten, puur aan belasting. Voor gezinnen die toch al onder druk staan van dure vliegtickets en horecaprijzen, is dat geen kleinigheid.
Amsterdam wil nog verder gaan
Wie denkt dat 12,5 procent het plafond is, heeft het mis. Het nieuwe stadsbestuur heeft grotere plannen. Vanaf 2027 stijgt de toeristenbelasting van 12,5 procent naar 16 procent van de overnachtingsprijs. Vervolgens wordt het tarief jaarlijks met één procentpunt verhoogd, totdat in 2031 een niveau van 20 procent is bereikt. Tel je dat straks op bij de nieuwe btw, dan gaat volgens de horecabranche straks meer dan 40% van de hotelrekening naar belastingen.
Niet iedereen is daar blij mee. Koninklijke Horeca Nederland is inmiddels een juridische procedure gestart tegen de gemeente Amsterdam over de huidige verhoging van de toeristenbelasting, en verwacht dat de aangekondigde stappen die zorgen alleen maar versterken. Ook binnen de sector zelf klinkt kritiek. Een hotelconsultant noemde de maatregel scherp: “Maar het is eigenlijk een ordinaire belastingmaatregel.” Volgens hem is het effect op bezoekersaantallen beperkt, terwijl vooral de zakelijke markt, congressen en internationale evenementen kwetsbaar zijn voor prijsstijgingen.
Toch is het effect op toeristenaantallen tot nu toe nihil. Ondanks de invoering van 12,5 procent in 2023 bleef het aantal overnachtingen groeien: Amsterdam noteerde 23,7 miljoen toeristische overnachtingen in 2025, ongeveer 800.000 meer dan in 2024, ruim boven het door de stad gestelde doel van maximaal 20 miljoen overnachtingen per jaar. Blijkbaar schrikt geen enkel percentage bezoekers echt af zolang de grachten, musea en horeca aantrekkelijk genoeg blijven. Amsterdam blijft Amsterdam, ook met een prijskaartje dat elders in Europa ondenkbaar zou zijn.
Wie toch wil besparen, kan uitwijken naar randgemeenten als Haarlem, Zaandam of Amstelveen, waar de belasting vaak een vast, veel lager bedrag per nacht is in plaats van een percentage. Een treinrit van een kwartier scheelt dan behoorlijk in de portemonnee. Maar wie in het hart van de stad wil overnachten, doet er goed aan de rekensom vooraf te maken, want de volgende verhoging staat al gepland. De vraag is niet meer óf je meebetaalt aan het beleid tegen overtoerisme, maar hoeveel je bereid bent daarvoor neer te tellen voor een nacht aan de gracht.
Sources : man-man.nl | at5.nl