Je ziet het besluit binnenkomen: je pensioen gaat omhoog in 2026. Eindelijk, denk je, na jaren van inflatie die meer opvrat dan de indexatie bijlegde. Maar dan lees je de kleine lettertjes, en er staat één zin die alles verandert. Niet voor iedereen stijgt het pensioen even hard, niet iedereen profiteert mee, en sommigen krijgen zelfs een verrassende rekening achteraf. Wat speelt er precies?
Samenvatting
- Niet alle pensioenfondsen verhogen even veel — het hangt af van wanneer jouw fonds naar het nieuwe stelsel overstapt
- De verhoging die je nu krijgt, wordt deels betaald uit geld dat anders bij je startkapitaal in het nieuwe stelsel terecht zou zijn gekomen
- Je bruto pensioenverhoging kan gevolgen hebben voor toeslagen en belastingen — je netto voordeel is mogelijk veel kleiner
Een verhoging die niet voor iedereen hetzelfde is
Nu de overstap naar het nieuwe pensioenstelsel steeds dichterbij komt, passen veel pensioenfondsen hun uitkeringen aan. De verhogingen variëren fors per fonds. ABP verhoogde de pensioenen per 1 januari 2026 met 2,84%, waarbij het pensioen volledig meegroeide met de prijsstijging in de periode tussen 1 september 2024 en 1 september 2025. Pensioenfonds Vervoer koos voor een andere aanpak: alle pensioenen werden in januari 2026 verhoogd, dit keer met 4,12%, het maximale percentage dat op basis van de eigen regeling kon worden gegeven.
De reden voor die uiteenlopende percentages ligt in een overgangsmaatregel die weinig mensen kennen. Pensioenfondsen die overgaan naar het nieuwe pensioenstelsel, maar dit nog niet doen op 1 januari 2026, mogen al wel gebruikmaken van versoepelde regels en daarmee de pensioenen meer verhogen dan normaal. Zonder die versoepeling zou Pensioenfonds Vervoer bijvoorbeeld slechts 0,79% hebben mogen verhogen in plaats van 4,12%. Het verschil is dus niet willekeurig: het hangt rechtstreeks samen met wanneer jouw fonds overstapt naar het nieuwe stelsel.
De fondsen die al volledig zijn overgestapt, gingen nog verder. De pensioenen die het afgelopen jaar zijn overgegaan op het nieuwe stelsel zijn dankzij die overstap gemiddeld met 14% verhoogd, en het betreft een structurele verhoging. PFZW verwachtte de pensioenen te kunnen verhogen met ongeveer 7 tot 10%, terwijl bpfBouw zelfs sprak over een mogelijke stijging van zo’n 20%. Dat zijn geen tikfouten. Maar hier zit ook de crux: wat er nu opgaat, is niet altijd een garantie voor de toekomst.
De ene regel die alles op z’n kop zet
ABP probeert elk jaar de pensioenen te verhogen om te zorgen dat je van het pensioen evenveel kunt blijven kopen, ook als de prijzen stijgen. Of een verhoging mogelijk is, hangt af van de financiële situatie van ABP en of de regels dat mogelijk maken. Dat klinkt logisch, maar de praktijk is weerbarstiger. Want er bestaat geen automatisch recht op verhoging. Je hebt geen automatisch recht op indexatie. Je betaalt er ook niet voor. De verhoging wordt betaald uit de opbrengst van de beleggingen.
Die ene regel die zovelen verrast? Het verlagen van de dekkingsgraad door indexatie betekent dat er op het moment van transitie minder vermogen beschikbaar is om te verdelen bij het invaren van de pensioenen naar persoonlijke pensioenvermogens. Elk pensioenfonds staat daarmee voor een zorgvuldige afweging tussen koopkrachtbehoud op korte termijn en de verdeling van het pensioenvermogen bij de overgang naar het nieuwe stelsel. Anders gezegd: de verhoging die je nu krijgt, wordt deels afgehaald van de pot die anders bij het ‘invaren’ naar jou was gegaan. Wat je vandaag wint aan maandelijkse uitkering, is morgen minder beschikbaar als startkapitaal in het nieuwe stelsel.
Bij vrijwel alle fondsen is afgesproken dat het rendement dat aan de gepensioneerden kan worden uitgekeerd, niet in één keer wordt toegekend. Het wordt gespreid over drie tot vijf jaar. Het voordeel hiervan is dat een verlies kan worden verrekend met een winst van het jaar ervoor. Het resultaat van het toegekende rendement is daardoor pas na drie tot vijf jaar zichtbaar in de pensioenuitkering. Wie dacht dat de stijging meteen volledig zichtbaar zou zijn in zijn maandelijkse uitkering, heeft het mis. Spreiding is het sleutelwoord in het nieuwe stelsel.
De verborgen bijwerking: toeslagen en belastingen
Hier begint het voor veel gepensioneerden echt onaangenaam te worden. Een hogere pensioenuitkering klinkt als puur goed nieuws, maar dat bruto-bedrag werkt door in je totale inkomen. Door de verhoging van je pensioen is je inkomen in 2026 namelijk gestegen. Hierdoor heb je misschien geen recht meer op toeslagen of worden deze lager. Dat geldt voor huur- en zorgtoeslag, maar ook voor andere inkomensafhankelijke regelingen. Stijgt je inkomen en geef je dat niet op tijd door? Dan loop je het risico dat je te veel toeslag ontvangt en later moet terugbetalen.
Ook de belastingzijde biedt een onaangename verrassing. In Nederland werken we met belastingschijven. Als je pensioen door indexatie stijgt, is het mogelijk dat het ‘bovenste randje’ van je inkomen in een hogere schijf valt, of dat bepaalde heffingskortingen afbouwen omdat je inkomen hoger is geworden. gepensioneerden met deels geïndexeerde pensioenen worden relatief zwaarder belast. De bruto verhoging en het netto voordeel lopen dus soms behoorlijk uiteen. Een veelgemaakte fout is denken dat een verhoging van bijvoorbeeld 3% of 5% betekent dat je ook exact dat percentage extra op je bankrekening gestort krijgt.
Sommige gepensioneerden ontvangen meerdere pensioenen tegelijkertijd. Dan kan het zijn dat je na afloop van het jaar belasting moet bijbetalen. Dit komt omdat de Belastingdienst al jouw inkomens in een jaar bij elkaar optelt. Een deel van jouw inkomen kan dan in een hogere belastingschijf vallen. Wie dit niet tijdig ontdekt, staat aan het einde van het jaar voor een onaangename verrassing bij de aanslag inkomstenbelasting.
Wat je nu concreet kunt doen
De pensioentransitie is in volle gang. Op 1 januari 2025 zijn de eerste pensioenfondsen overgestapt naar het nieuwe pensioenstelsel. Op 1 januari 2026 volgde een grotere groep van 24 pensioenfondsen, waaronder ook de wat grotere fondsen zoals het pensioenfonds Zorg en Welzijn, Bouw en Metaal & Techniek. In totaal maken 61 fondsen de overstap in 2027, waarna de laatste 25 fondsen op 1 januari 2028 overgaan. : voor een groot deel van de Nederlandse pensioendeelnemers volgt de echte omslag nog.
De meest praktische stap die je nu kunt zetten: controleer je toeslagen. Geef je nieuwe inkomen door aan de Belastingdienst via ‘Mijn Toeslagen’, zo voorkom je dat je te veel gekregen toeslagen later moet terugbetalen. Lees ook de betaalspecificatie die je in januari of februari van je pensioenfonds ontvangt: hierop zie je precies wat er bruto is bijgekomen en wat er netto overblijft na aftrek van belastingen en premies. En voor wie nog actief pensioen opbouwt bij een fonds dat in 2027 overstapt: de peildatum waarop wordt gekeken of je recht hebt op compensatie is 31 december 2026. Je situatie op die dag telt.
De overgang naar het nieuwe pensioenstelsel belooft een hogere uitkering voor velen, maar het fijndrukwerk bepaalt wie er werkelijk op vooruitgaat. De eerste ervaringen zijn positief, al zal pas op langere termijn duidelijk worden hoe het nieuwe stelsel uitpakt. Tegelijkertijd worden de pensioenuitkeringen onzekerder dan in het oude stelsel. De vraag is of we bereid zijn die onzekerheid te accepteren in ruil voor hogere gemiddelde uitkeringen. En misschien nog interessanter: wat betekent het voor jou als de beurzen de komende jaren minder meevallen dan de fondsen nu projecteren?
Sources : abp.nl | pfvervoer.nl