Elke zomer hetzelfde tafereel: mijn buurman rijdt naar Oban, parkeert zijn auto keurig op een van de parkeerterreinen bij de terminal en loopt vervolgens te voet aan boord van de CalMac-boot naar Mull. Geen strandstoel, geen fietsen, gewoon een rugzak en een treinkaartje-achtige ticket voor voetgangers. Ik dacht altijd dat hij op die manier geld probeerde te besparen op de overtocht. Fout gedacht. Wat hij eigenlijk doet, is zich indekken tegen een probleem waar duizenden reizigers elk seizoen tegenaan lopen: er is simpelweg geen garantie dat je auto mee mag.
Samenvatting
- De boot naar Mull is structureel overboeking: 35-66 auto’s tegen honderden voetgangers per overtocht
- Wie met de auto wil, moet weken vooraf boeken — voetgangers kunnen nog steeds spontaan gaan
- Zelfs als de boot vol zit, krijgen voetgangers voorrang op automobilisten
De boot naar Mull is een gokspel voor automobilisten
De route Oban-Craignure geldt binnen het hele CalMac-netwerk als een van de drukste verbindingen die er zijn. Een rapport van de Mull & Iona Ferry Committee noemde het al jaren geleden ronduit een probleemgeval: onze main service is de meest congested in het hele CalMac-netwerk, simpelweg omdat er niet genoeg car spaces zijn ten opzichte van het aantal auto’s dat wil reizen. Dat is geen incident, dat is structureel.
De cijfers liegen er niet om. Terwijl een schip honderden voetgangers kan meenemen, is de ruimte op het autodek piepklein in vergelijking. Met capaciteiten van 199 tot 951 passagiers en slechts 35 tot 66 auto’s per overtocht is de ruimte beperkt en de vraag dus hoog. Wie in de zomer spontaan met de auto naar Mull wil, kan dus fluiten naar een plek als hij niet weken of maanden vooraf boekt. Voor voertuigen moet je vooraf boeken omdat de ruimte op het autodek beperkt is en overtochten weken van tevoren volgeboekt raken, en zonder reservering kun je geweigerd worden of lange vertragingen oplopen.
En dan is er nog de vloot zelf, die allesbehalve fris uit de fabriek komt. Begin 2026 kampte CalMac met een crisis waarbij rond een derde van de kernvloot buiten dienst was door overlappend onderhoud en herhaalde technische storingen, wat leidde tot een kettingreactie van annuleringen over meerdere eilanden. Toen het hoofdschip Isle of Mull moest invallen voor kapotte schepen elders, kwam er een vervangend vaartuig met een fractie van de normale capaciteit: een van de vervangers, de Coruisk, kan slechts ongeveer een kwart van zijn 962 passagiers en twee derde van zijn 62 auto’s vervoeren. Precies dat soort willekeur maakt een geboekte autoplaats minder waard dan het lijkt.
Als voetganger loop je zelden mis
Hier wordt het interessant, en hier zit de logica van mijn buurman. Terwijl automobilisten weken vooruit moeten plannen, blijkt de voetgangersruimte structureel soepeler. Tijdens de drukke Mull Rally van oktober 2024 bijvoorbeeld, toen CalMac wachttijden van uren voorspelde en de reguliere overtocht al maanden volgeboekt was voor voertuigen, gold nog altijd: CalMac verwachtte wachttijden tot zes uur voor de onbookbare Fishnish-Lochaline route, en de Craignure-veerboot was al maanden volgeboekt voor voertuigen, maar voetgangersruimte was nog beschikbaar op alle Craignure-overtochten. Dat verschil is geen toeval, het zit in het systeem zelf.
Een reisgids over de route bevestigt dat patroon nog eens: je moet boeken als je een auto meeneemt, en voetgangers hadden vroeger meer flexibiliteit, al raadt CalMac ook hen inmiddels aan om te boeken, want de ruimte is beperkt. Zelfs in het slechtste scenario sta je als voetganger nog altijd vooraan in de rij, terwijl automobilisten soms letterlijk hun ticket moeten inruilen. Op een forum beschreef een reiziger precies dat lot: aangekomen met de auto, verteld dat de boot vol zat, en uiteindelijk besloten de auto achter te laten en als voetganger te gaan, om te voorkomen dat de trip helemaal in het water zou vallen.
Boekingssysteem dat niemand eerlijk vindt
De ferry-commissie van Mull en Iona heeft het systeem zelf ook al langer op de korrel. Boeken op basis van wie het eerst komt, het eerst maalt, bevoordeelt volgens hen structureel wie ver vooruit kan plannen. Naast een kritiek tekort aan capaciteit hebben we een boekingssysteem dat systematisch bevooroordeeld is tegen eilandbewoners, omdat verkoop op volgorde van binnenkomst onvermijdelijk betekent dat wie zijn reis verder vooruit kan plannen voorrang krijgt boven wie dat niet kan. Voor een dagje toerisme is dat vervelend. Voor iemand die dringend naar een ziekenhuisafspraak moet, is het ronduit oneerlijk.
Mull zelf is ook geen paradijs voor de automobilist
Los van de overtocht speelt er nog iets. Mull is een prachtig maar smal eiland, met wegen die vaak niet breder zijn dan één rijstrook. Toerisme met steeds grotere campers en huurauto’s zorgt daar al jaren voor knelpunten. In Tobermory, het bekendste havenstadje van het eiland, werd het probleem in 2018 al scherp verwoord door een lokale bestuurder: de problemen van verzadiging en oprukkend verkeer zijn het gevolg van grotere voertuigen en zouden opgelost moeten worden met nieuwe infrastructuur en goed beheer, waarbij een park-and-ride en park-and-walk regeling een van de opties was. Precies dat idee, je auto ergens veilig parkeren en de rest van de reis te voet of met het openbaar vervoer afleggen, is exact wat mijn buurman op eigen houtje al toepast, jaren voordat er ooit een officiële regeling kwam.
Op Mull zelf rijden bovendien lokale bussen van West Coast Motors die de belangrijkste dorpen verbinden, en fietsen worden gratis meegenomen op sommige binnenlandse overtochten. Voor wie geen kilometers hoeft af te leggen naar een afgelegen cottage, is een auto op het eiland vaak meer last dan gemak.
Een kwestie van reisstrategie, niet van zuinigheid
Wat mijn buurman doet, is dus geen geldbesparing. Het is risicomanagement, toegepast op een ferrysysteem dat al jaren kraakt onder zijn eigen populariteit en een verouderde vloot. Terwijl automobilisten wekenlang vooruit moeten gokken op een plek die er misschien niet is, stapt hij gewoon op, wetend dat voetgangersruimte zelden echt ontbreekt.
Misschien is dat wel de les die verder reikt dan één eiland in de Hebriden: naarmate infrastructuur onder druk komt te staan door drukte, klimaatverandering en verouderd materieel, wordt de slimste reiziger niet degene met de duurste auto of de vroegste boeking, maar degene die het systeem het best doorgrondt. Wie plant zijn volgende overtocht straks nog met de auto, en wie besluit toch die rugzak te pakken?
Sources : community.ricksteves.com | scotsman.com