Stel je voor: je rijdt door de Roemeense regio Transsylvanië, en langs vrijwel elke akker zie je brede stroken wilde bloemen, korenbloemen, klaprozen, klaver, en tientallen andere soorten die in de meeste West-Europese landen allang zijn verdwenen. Transsylvanië wordt ook wel de biodiversiteitshotspot van Europa genoemd, het barst er van het leven, en de bodems zijn uitermate gezond en het water kraakhelder. Dat is geen gelukkig toeval. Het is voor een deel het resultaat van een tamelijk ingrijpende maatregel: Roemenië verplicht zijn boeren om een deel van hun akkerrand onbeteeld te laten. En wat er op die smalle stroken verschijnt, verbaast zelfs doorgewinterde ecologen.
Samenvatting
- Een klein Nederlands badkamerraam groot proefveld in Roemenië herbergt 98 verschillende plantensoorten — een wereldrecord
- Boeren zien hun ‘verloren’ akkerranden transformeren in bruisende ecosystemen vol vlinders, vogels en insecten
- Europa verliest elk jaar biodiversiteit, maar Roemenië bewijst dat de natuur alles teruggeeft als je haar een kans geeft
Een land met 13 miljoen hectare en een bijzonder landbouwareaal
In Roemenië wordt 13 miljoen hectare grond gebruikt voor landbouw, waarmee het land op de zesde plaats staat in de EU. De landbouwgrond wordt beheerd door 3,4 miljoen ondernemers, van wie 92% minder dan 5 hectare heeft, en slechts 0,4% van de boeren bewerkt meer dan 100 hectare. Dat geeft het Roemeense landschap een heel ander karakter dan de grootschalige, geruimde akkercomplexen die men in Vlaanderen of de Flevopolder aantreft: een fijnmazig mozaïek van kleine percelen, met veel randen en grenzen ertussen.
Een van de redenen waarom de biodiversiteit op minder intensieve, traditionele akkerlandschappen zo hoog is, is het feit dat dit soort akkers een mozaïek vormen: rond akkers, weiden, stukjes bos en boomgaarden liggen rafelranden van stenen muurtjes, heggen en niet-bewerkte stroken land. Maar die rafelranden staan onder druk. Farmland biodiversiteit in West-Europa neemt sterk af, terwijl ze nog overleeft in traditionele, laag-intensieve agrarische landschappen in Midden- en Oost-Europa. Toetreding tot de EU intensiveert de landbouw echter, wat leidt tot het verdwijnen van traditionele landbouwpraktijken.
Precies om die reden heeft Roemenië, samen met de regels van het Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), maatregelen ingevoerd die boeren verplichten tot het aanleggen en handhaven van bufferstroken langs hun percelen. Eén van de GAEC-condities (GAEC 4) verplicht de aanleg van bufferstroken. Boeren mogen langs waterlopen geen meststoffen of pesticiden gebruiken op ten minste drie meter grond, ter voorkoming van waterverontreiniging. In Roemenië richten “light green”-maatregelen zich op biodiversiteit via, onder andere, niet-intensieve of traditionele landbouwpraktijken op graslanden waarbij kunstmest en pesticiden verboden zijn en begrazing beperkt is.
Wat er op die stroken verschijnt
Voor een boer klinkt het aanvankelijk als verlies: een strook van je akker die je niet kunt beplanten, oogsten of bemesten. Maar in de praktijk verandert zo’n rand in korte tijd in een buitengewoon levendige plek. In de weiden met traditionele beheervormen groeien meer dan 100 soorten bloemen en grassen. Tussen het hoge gras leven vlinders, bijen, vogels en spinnen. Juist door te maaien, keren en stapelen houden boeren dit systeem in stand.
Op een proefoppervlak van slechts 10 m² halfdroog kalkgrasland in de omgeving van Cluj Napoca vinden onderzoekers maar liefst 98 verschillende soorten planten, het wereldrecord op een dergelijk oppervlak. Dat is het soort getal dat je doet pauzeren. Acht-en-negentig plantensoorten op een oppervlak ter grootte van een kleine badkamer. Halfnatuurlijk grasland is zeer rijk aan soorten insecten; de meerderheid van de vlindersoorten in Europa is afhankelijk van een graslandvegetatie.
In de zomer zoemen de insecten in groten getale boven het land, wat zwermen vogels aantrekt. Die vogels zijn niet zomaar spreeuwen of kraaien. Anders dan in Nederland is de landbouw hier nog extensief, en vind je ook in het landbouwgebied talloze bijzondere vogelsoorten, zoals de isabeltapuit, blonde tapuit en kalanderleeuwerik. De kwartelkoning, een zeldzame vogelsoort, broedt in het open grasland van Transsylvanië. Soorten die in Nederland al decennia niet meer broeden op reguliere landbouwgrond.
Tussen 1993 en 2025 zijn in totaal 58 vlindersoorten opgenomen in één of meer bijlagen van de Roemeense natuurwetgeving, wat neerkomt op 28,15% van de momenteel bekende 206 vlindersoorten in Roemenië. Het land herbergt daarmee een vlinderfauna die in West-Europa ondenkbaar is geworden.
De achtergrond: Europa verloor zijn akkerranden
Om te begrijpen waarom die Roemeense stroken zo bijzonder zijn, moet je weten wat er elders al lang geleden verdween. De afgelopen vijfentwintig jaar is er in het agrarisch gebied in Europa sprake van een dramatische achteruitgang van de biodiversiteit. De boerenlandvlinders, soorten die hun leefgebied vinden in graslanden en andere agrarisch gebruikte gronden, zijn met meer dan 60% in aantal afgenomen. Sinds 1980 is de Farmland Bird Index met 61% gedaald, en deze negatieve trend doet zich voor in alle delen van Europa.
Eén van de bedreigingsfactoren voor bestuivers is de verandering in landgebruik voor landbouw of verstedelijking, wat leidt tot afname en degradatie van natuurlijke leefomgevingen. Intensieve landbouw leidt tot homogene landschappen en het verdwijnen van de verscheidenheid in flora, het verminderen van voedsel en nestmiddelen. “De rafelranden zijn volledig verdwenen”, zoals een onderzoeker het treffend omschrijft.
Een lagere diversiteit aan planten- en diersoorten wordt doorgaans gerapporteerd waar akkerbouwland is samengevoegd tot grotere percelen, wat de kansen vergroot om de neergang van de Europese boerenlanddiversiteit te beteugelen door trends naar grotere percelen te stoppen. Positieve effecten werden ook gevonden voor bedreigde soorten, met grondbroedende vogels als grootste profijtnemers. De hogere aantallen zaad- en insectenetende soorten in de bufferstroken onderstrepen hun gevarieerde voordelen.
Tussen belofte en werkelijkheid: een bredere Europese les
De Roemeense situatie is geen triomfverhaal zonder nuance. De dreiging van opschaling en grote monoculturen hangt in de lucht, nu investeerders de combinatie van vruchtbare grond en relatief lage grondprijzen ontdekken. De modernisering van de landbouwsector zal meer industriële benaderingen met zich meebrengen die minder vriendelijk zijn voor biodiversiteit en daarmee de culturele mozaïeklandschappen dreigen uit te wissen.
De EU-vereenvoudigingsverordening van 2024 heeft de GAEC 8-verplichting om een aandeel van het bouwland als niet-productief areaal in te richten afgeschaft, hoewel de verplichting om landschapselementen te handhaven tijdens het broedseizoen van vogels is gebleven. Dat is een stap terug die veel natuur- en landbouworganisaties zorgen baart. De bufferstroken mogen dan wel resultaten laten zien, de politieke wil om ze verplicht te stellen brokkelt af. Groene organisaties en netwerken rapporteren verontrustende signalen, waaronder zorgen van BirdLife Europe en Centraal-Azië over veranderingen in de GAEC-regelgeving en de eco-schemaaanbiedingen, die neerkomen op een verzwakking van milieunormen en toekomstige duurzaamheid van landbouwbedrijven.
De Natuurherstelwet (EU 2024/1991) maakt ook deel uit van de biodiversiteitsstrategie en Green Deal. Een van de doelen van deze wet is een grotere biodiversiteit op landbouwgronden: er moeten meer vlinders, insecten en vogels komen en een grotere diversiteit in het landschap, bijvoorbeeld door bufferstroken of heggen waar planten en dieren kunnen verblijven. Mooie woorden, maar Roemenië laat zien dat de ecologische logica al lang vaststaat: geef de natuur een strook, en ze grijpt die kans. De vraag is of Europa bereid is die les ook politiek te durven omhelzen, op het moment dat boerenpopulisme aan de ene en biodiversiteitsverlies aan de andere kant steeds heftiger trekken aan het Europees landbouwbeleid.
Sources : hierinsalland.nl | groene.nl